|
Aan het einde van de 19e eeuw groeide, net zoals in het grootste deel van Midden-Amerika, de Amerikaanse invloed in Honduras. Honduras groeide uit tot een 'bananenrepubliek'. De Amerikaanse inkoper van bananen Samuel Zemurray legde uitgestrekte bananenplantages aan in Honduras. Daarvoor moest hij eerst de liberale president Dávila ten val brengen, waarna Bonilla president werd. Zemurray en andere Amerikaanse bananenhandelaren kregen veel invloed in de Hondurese politiek.
De United Fruit Company en de Standard Fruit Company mochten een spoorlijn aanleggen, waarbij Honduras hoopte dat met behulp van deze bananenmaatschappijen eindelijk de lang gewenste spoorlijn van kust tot kust zou worden aangelegd. De Amerikanen investeerden echter alleen in de infrastructuur van de Noordkust, zodat de spoorlijnen alleen daar werd aangelegd op plaatsen waar plantages waren.
Na 1930 zakte door plantenziekten en overstromingen de bananenindustrie ineen. Spoorwegen en bruggen werden opgebroken en hele plantages werden afgesloten. Maar de bananenindustrie bleef toch altijd het grootste deel van de Hondurese export uitmaken.
In de jaren twintig van de 20e eeuw kwam de dictatoriale Nationale Partij aan het bewind. Door de sterke dominantie van de Amerikaanse bananenplanters in Honduras ontstond er gedurende het dictatoriale tijdperk echter tot aan de jaren vijftig geen bovenklasse van grootgrondbezitters, zoals dat in buurlanden wel gebeurde.
Bevolking - Bevolkingsgroepen - Geschiedenis - Klimaat - kaart
Bevolking
Gegevens omtrent bevolkingsaantallen verschillen. Cijfers geven aan dat Honduras een bevolkingsomvang van 5 miljoen tot 7 miljoen heeft, en meestal gaat men uit van het gemiddelde. De verschillen worden veroorzaakt door verschillen in de telmethode. Sommige tellingen gaan uit van het aantal ingeschrevenen in het bevolkingsregister, terwijl andere tellingen ook rekening houden met mensen die niet zijn ingeschreven in het bevolkingsregister. Onder de arme delen van de bevolking komt het vaak voor dat kinderen niet worden ingeschreven, omdat dit in Honduras lange tijd meer nadelen dan voordelen opleverde. Ten tijde van de dictatoriale regimes was het vaak veiliger om onvindbaar te zijn voor de overheid, iets waar tot in de jaren negentig nog rekening mee werd gehouden door de bevolking. Bovendien levert ingeschreven zijn in het bevolkingsregister onaangenaamheden op zoals het moeten betalen van belastingen.
[Terug]
Bevolkingsgroepen
Ladino's
Ladino's zijn afstammelingen van de Spanjaarden. In Honduras wonen bijna geen "pure" Spanjaarden, maar er heeft grootscheepse vermenging plaatsgevonden tussen Spanjaarden en indiaanse bevolkingsgroepen. De taal van de Ladino's is de taal van Honduras: Spaans.
Indígena's
Indianen wonen voornamelijk in La Mosquitia, een slecht toegankelijke regio in het grensgebied met Nicaragua. De grootste groep zijn de Miskito indianen. Zij wonen in dorpjes van kleine houten huisje op palen, aan de kust. De voornaamste voedselbron bestaan dan ook uit vis. Miskito indianen verlaten hun gebied maar zelden. In La Mosquitia wonen ook de Pech indianen. Zij hebben zich meer in het binnenland langs de rivieren gevestigd, en hun behuizing beperkt zich traditioneel tot een verhoogde vloer en dak van bamboe, met soms één of twee schutten tegen de wind.
Lenca's
De Lenca's waren oorspronkelijk de grootste indianengroep in Honduras. Zij zijn grotendeels opgegaan in de Ladino's, maar in sommige dorpen in het binnenland claimen de bewoners dat zij nog originele Lenca's zijn. Ook de Mayas hebben zich sterk vermengd met de andere bevolkingsgroepen. In de omgeving van Copán zijn nog enkele afstammelingen van Mayas te vinden, die tegenwoordig Chortí indianen genoemd worden. Hun taal en cultuur is die van de Ladino's. In Guatemala bevinden zich nederzettingen waar de Chortí taal en cultuur bewaard zijn gebleven.
Andere indianengroepen in Honduras zijn de Payas en de van oorsprong nomadische Hicaques.
Garífunas
De Garífunas (het officiële meervoud "Garinagu" wordt nooit gebruikt) behoren tot een negervolk die langs de hele Noordkust van Honduras wonen. Zij zouden afstammen van negerslaven die vanuit Afrika naar Amerika werden verscheept. Het schip leed schipbreuk en de overlevenden vestigden zich op het eiland St. Vincent. De Engelsen, die het eiland in bezit hadden, verscheepten ze vervolgens naar Roatán, voor de kust van Honduras. Uit eigen beweging vertrokken ze toen naar het vasteland, waar ze zich over de Caribische kust van Midden-Amerika verspreidden met een grote concentratie in Honduras. De taal van de Garífunas is het Garífuna, een mengsel van Afrikaanse talen, Spaans en Engels. Garífunas wonen traditioneel in hutten van palmbladeren op het strand, waar ze leven van visvangst. Langzamerhand vestigen Garífunas zich ook in de steden, met name in San Pedro Sula en La Ceiba.
Eilanders
Op de drie Baai Eilanden Utila, Roatán en Guanaja wonen nakomelingen van de Engelsen, die zich daar gevestigd hebben toen de eilanden in Engels bezit waren. In tegenstelling tot de andere etnische minderheden gaat het deze eilanders economisch beter dan de rest van de Hondurese bevolking. Zij verklaren dit uit het feit dat zij Engels spreken, waardoor ze eerder werk kunnen krijgen op internationale vrachtschepen en meer van de wereld zien en begrijpen dan de Spaans sprekenden. De oudere eilanders hebben inderdaad op vrachtschepen het grootste deel van de wereld bereisd. De relatieve welvaart op de eilanden zou ook veroorzaakt kunnen worden doordat de eilanden de enige locatie in Honduras zijn die door toeristen in Midden-Amerika hoog op het prioriteitenlijstje worden gezet. Het toerisme is tegenwoordig dan ook de belangrijkste bron van inkomsten op de Baai Eilanden. Traditioneel wordt er op de eilanden geleefd van (harpoen-)visserij.
[Terug]
Geschiedenis
Eerste democratische jaren
In 1981 kwam het dictatoriale regime ten val en in 1982 werd de eerste democratisch gekozen regering geïnstalleerd. De liberaal Córdova werd president. In diezelfde periode werd in de Verenigde Staten Ronald Reagan gekozen tot president. Reagan en Córodova gingen militaire betrekkingen aan: Amerikaanse troepen werden in Honduras gestationeerd met als doel het controleren van communistische bewegingen in Nicagarua en El Salvador. Het Amerikaanse leger gebruikte de Nicaraguaanse vluchtelingkampen in Honduras als basis, en in Salvadoraanse vluchtelingkampen in Honduras kregen Salvadoranen een militaire opleiding. Het gevolg was dat gewapende conflicten in Nicaragua en El Salvador ook in het Hondurese grensgebied werden uitgevochten. Na grootschalige demonstraties van de Hondurese bevolking (die het uitroepen van de noodtoestand als gevolg hadden) werd de militaire overeenkomst met de Verenigde Staten in 1988 niet meer verlengd.
Pre-Columbiaanse tijdperk
Voor de komst van de Spanjaarden werd Honduras bevolkt door indianen. De belangrijkste stam was die van de Lenca's, die ook nu nog een groot deel van de bevolking uitmaken. Zij woonden in het Zuidwesten van Honduras en vertoonden culturele overeenkomsten met de Maya's. De Mayas woonden in het gebied dat nu bestaat uit het gebied ten Zuiden van Mexico, Guatemala, Belize en het Westen van Honduras. Hier bouwden zij 50 a 70 steden. Kopen in Honduras besloeg 24 vierkante kilometer en had 20.000 inwoners. Met de komst van de Spanjaarden ging de cultuur van de Mayas in Honduras ten onder.
Spaanse overheersing
In 1502 arriveerde Columbus in Honduras, tijdens zijn vierde reis naar de Nieuwe Wereld. Hij zette voet aan wal in Trujillo. Columbus vond de wateren relatief diep, en hij sprak daarom van de "Golfo de Honduras" (Golf van de Diepten). Vervolgens werd "Honduras" de naam voor het hele achterland van Trujillo. De eerste Spaanse koninklijke gouverneur in het gebied van Diego López de Salcedo.
De Lenca's boden weerstand tegen de Spanjaarden onder aanvoering van hoofdman Lempira. Hij werd in een val gelokt door hem naar niet-bestaande vredesonderhandelingen te laten komen, waar hij werd vermoord. Lempira is een nationale volksheld van Honduras, waar een departement en de munteenheid naar hem zijn vernoemd. De indianen werden in groepen verdeeld om te werken voor de Spanjaarden. Door oorlogen, armoede en epidemieën slonk de indiaanse bevolking van 500.000 ten tijde van de verovering tot 36.000 in 1547. Het aantal Spanjaarden dat zich in die periode in het gebied ophield wordt geschat op niet meer dan 250.
Vanuit Belize vestigden de Engelsen zich intussen op de Baai Eilanden en aan de Mosquitia kust. Tot het einde van de 19e eeuw bleven deze gebieden onder Britse controle. Van daaruit werd regelmatig de Spaanse vloot aangevallen. In Omoa en in Trujillo bouwden de Spanjaarden forten om de aanvallen van piraten op de Spaanse zilvervloot af te slaan. Het zilver werd gewonnen en de zilvermijnen in het binnenland. De meeste zilver- en goudmijnen raakten echter al snel uitgeput, en aan het einde van de 18e eeuw werden de mijnen bij Tegucigalpa en Choluteca na overstromingen en verlieslijdende productie gesloten.
Voetbaloorlog
Aan het begin van de jaren zestig maakte het leger uit angst voor een te sterke invloed vanuit Cuba op het bewind een einde aan de toemalige regering van Morales. Oswaldo López Arellano werd de nieuwe president. Hij vestigde een nieuwe dictatuur waarin boeren (die onder de regeringen daarvoor recht op vakbondsvorming hadden gekregen) werden onderdrukt ten gunste van de grootgrondbezitters. Er vonden landbezettingen plaats uit protest hiertegen. In die periode bevonden zich veel Salvadoranen in Honduras. Zij waren gevlucht voor het regime in El Salvador en hadden in Honduras in 1969 200.000 ha land in bezit. Het Hondurese regime zag de Salvadoranen als aanstichters van de landbezettingen, en stelde de Salvadoranen op 30 april 1969 een ultimatum in binnen 30 dagen het land te verlaten. Toen Honduras in juni dat jaar een voetbalwedstrijd tegen El Salvador verloor, namen de acties tegen de Salvadoranen in het land verder toe. Het gevolg was dat Salvadoraanse troepen uiteindelijk Honduras binnentrokken om hun landgenoten (die overigens El Salvador waren ontvlucht) te beschermen. Deze "voetbaloorlog" werd na zes dagen gestaakt. Er waren toen minstens 2000 doden gevallen. Pas in 1980 werden de betrekkingen met El Salvador weer hersteld.
Weg naar onafhankelijkheid
Vanaf 1540 werd Honduras bestuurd door de "Audiencia" in Guatemala, van waaruit heel Midden-Amerika (behalve Panama) werd geregeerd. In Honduras bestonden aanvankelijk twee bestuurlijke centra: Trujillo in het Noorden en Comayagua in het berggebied. Toen er later zilver werd gevonden in de bergen bij Tegucigalpa werden Tegucigalpa en Comayagua de twee bestuurlijke centra. Tussen deze steden bestond tot diep in de 19e eeuw rivaliteit.
Rond 1820 werd Honduras meegesleept in het onafhankelijkheidsproces dat zich afspeelde in Latijns-Amerika. Mexico verklaarde zich onafhankelijk en op een bijeenkomst in Guatemala van alle leiders van Midden-Amerika werd op 15 september 1820 de onafhankelijkheid van het hele gebied uitgeroepen. Als vice-premier van het in Mexico gevestigde parlement van Midden-Amerika werd de Hondurese José Cecilio del Valle benoemd.
In 1823 werden de Verenigde Staten van Centraal Amerika gevormd door Guatemala, Honduras, El Salvador, Nicaragua en Costa Rica. De zetel van de Hondurese binnenlandse regering werd afwisselend in Tegucigalpa en Comayagua gevestigd om binnenlandse verdeeldheid te voorkomen. Al snel ontstond er binnen de federatie verdeeldheid tussen conservatieven (die een centrale autoriteit en een belangrijke rol voor de kerk voorstonden) en liberalen (die grotere autonomie voor de deelstaten nastreefden). Dit was aanleiding tot de Centraalamerikaanse burgeroorlog van 1826 tot 1829.
In 1829 veroverde de Hondurese liberaal Francisco Morazán Guatemala en vestigde hij zich als nieuwe federale president. Intern bleek deze federatie te verdeeld en in 1838 viel hij uiteen. Op 26 oktober 1838 werd Honduras een soevereine staat en in 1840 werd de conservatief Francisco Ferrera tot president gekozen.
In de 19e eeuw was de invloed van Guatemala op de Hondurese politiek groot. De interne rivaliteit in Honduras werd door Guatemala gebruikt in een "verdeel en heers politiek", waardoor er geen Hondurese president aan kon blijven zonder toestemming van Guatemala.
[Terug]
Klimaat
Honduras heeft een tropisch regenklimaat in het noorden met veel neerslag gedurende het hele jaar. Semi-humide (half vochtig) tropisch klimaat in het centrale bergland met een droge tijd van november/december tot april.
[Terug]
Kaart
|