|
Geschreven door Quito Nicolaas
|
|
Tuesday 26 June 2007 |
|
Honderd jaar geleden werd het eerste Papiamentstalige gedicht geschreven, dat de titel Atardi (de schemering) meekreeg. Frederik Beaujon, de eerste Arubaanse dichter die in het Papiamento dichtte, leefde van 1880 – 1920. Hij is veertig jaar geworden en was 27 jaar toen hij dit gedicht schreef. Vlak na de eeuwwisseling in 1907, temidden van een Arubaanse landschap dat geen economie noch welvaart kende, dwarrelde een poëtische geest rond die ons jaren later iets van de omgeving en inwoners vertelde. Heel uitzonderlijk, omdat er geen sprake was van een samenleving met allerlei instituties.
In juni 1907 toen dit gedicht werd geschreven, draaide de economie op de fosfaatindustrie en geeft een verlaten beeld op. Ook het inwonertal bedroeg toen niet meer dan 8815 inwoners. In San Nicolas werd een spoorweg aangelegd om het fosfaat af te voeren. In het gedicht San Nicolas, dat geschreven werd op 17 november 1907, grijpt hij terug naar zijn jeugdherinneringen, verbondenheid met deze stad en dicht over de onderontwikkeling van dit niet-welvarende deel van het eiland. Aan de hand van deze tekst is het duidelijk geworden dat Beaujon in San Nicolas werd geboren en opgroeide en later zich in Sta. Cruz vestigde. De olieraffinaderij die de nodige welvaart met zich meebracht, vestigde zich pas in 1924 en was in 1928 operationeel.
De familie Beaujon, waarvan Hendrik Johannes Beaujon de stichter van de Arubaanse tak, is van oorsprong Frans en bekleedde talrijke functie in het bestuur van het land. Zo waren er die notaris en gezaghebber (burgemeester) was of die zelfs ook op Bonaire en Curaçao hadden gediend. Daarnaast waren tal van hen werkzaam bij de olieraffinaderij, actief geweest in de goudmijn exploitatie (Gold Concessions Ltd.) en later jarenlang het bepalende gezicht van het Cultureel Centrum Aruba. Ofschoon de Beaujon’s tot de politieke en economische en later tot de culturele elite behoorden, proef je uit de gedichten van Fechi Beaujon dat ze slechts een marginale rol in het geheel hadden gespeeld.
Een vijftal gedichten van Beaujon zijn in de bloemlezing Cosecha (1983) opgenomen. In het gedicht Atardi schildert hij het plattelandse landschap en de schemering die boven land en zee intreedt. Hij maakt gebruik van klokgeluiden en krekels om de trieste aanblik van een dorre grond op te vrolijken of juist te benadrukken. Centraal in dit gedicht staat de ik-figuur - de landbouwer- die opgewacht wordt door vrouw en kinderen, waarmee hij slechts twee uurtjes kan doorbrengen. Zijn versie van Atardi klinkt opgewekt en melodieus, vergeleken bij die van Joseph Sickman Corsen die meer somber van toon is. Tot nu toe zijn in de loop der jaren een vijftal varianten van Arubaanse dichters te vinden met eenzelfde titel.
In San Nicolas levert hij kritiek tegen de achterstelling van deze stad. Hij spreekt z’n teleurstelling uit over de trage ontwikkeling van deze gemeenschap t.o.v. Oranjestad. Bekend is dat de Beaujon’s ook op de woningmarkt in San Nicolas een rol speelden en huizen verhuurden. Ook in het gedicht Ay, mi ta cansa…/(Ach, ik ben moe) dat hij een jaar voordat hij kwam te overlijden schreef, strijdt hij tegen de onrechtvaardigheid in de maatschappij en dicht als volgt: /de maatschappij is hard en is als een mijn/. Daarbij gebruikt hij woorden als wantrouwen en trotsheid of heeft hij het over het gevecht tussen ongelijke. Als zoon van een loods doelde hij kennelijk naar de klasse-formatie in die tijd; wie wel en wie niet tot de betere klasse mocht behoren.
Frederik Beaujon was - vergeleken bij Johan Karel Zeppenfeldt Lampe - een dichter die uitsluitend in het Papiamento schreef en zijn blik naar binnen toe richtte. |