Nieuwsbrief

Schrijf u in voor de nieuwsbrief.







colofoncontactadverteerdersabonnement

De verlossende woorden/Deel II interview M. de Jong Afdrukken E-mail
Geschreven door Quito Nicolaas   
Thursday 02 September 2010
mdejong3.jpg Tropenkolder is een roman die de lezer niet onberoerd zal laten. Dat is ook precies de bedoeling van schrijver Marcel de Jong. Hij schreef een kritische roman die zich afspeelt op Bonaire en waarin hij zowel de houding van de Nederlanders op het eiland als de houding van de Antilliaanse politici met een kritische blik analyseert. 'Een literair schrijver moet vrij zijn te schrijven wat hij vindt, ook als hij daarbij een samenleving, gemeenschap of geloof in diskrediet kan brengen. Maar dat beoog ik met mijn boek niet.' Op Bonaire is de roman van Marcel de Jong nog niet verkrijgbaar. Het slotdeel van het interview met Marcel de Jong.

U had gekozen om te werken met een indeling naar hoofdstukken en paragrafen. Waarom?
Dat geeft structuur aan het verhaal, rustpunten. Verder heb ik gekozen om scenisch te schrijven: korte fragmenten die elkaar in hoog tempo afwisselen. Elke scène moet als het ware te zien zijn, verfilmbaar zijn. Je moet het verhaal kunnen ruiken, voelen, horen.  De snelle opeenvolging van scènes geeft het boek een zekere onrust, maar dat is bewust gekozen: het leven in de tropen is geen kalm bestaan, zeker niet voor buitenstaanders die totaal geen begrip hebben voor datgene wat er om hen heen gebeurt. Bij het schrijven is het natuurlijk wel van belang dat je die bewust gecreëerde onrust in de hand houdt en tot rust brengt door er samenhang in aan te brengen.

Het verhaal zelf komt af een toe beetje slordig over. Zo komen de personages van Maduro en Tanga (p. 112) op een zeker moment niet meer in uw vertelling voor. Waarom zijn ze van het toneel verdwenen?
Als ik zo vrij mag zijn, zou ik dit een voorbeeld van slordig lézen willen noemen. Maduro en Tanga, zijn akelige conciërge, komen tot diep in het boek voor. Sterker nog: Tanga roept op bladzijde 205, drie pagina’s voor het einde van het boek, vanuit een rijdende auto tegen de verongelukte en gewonde hoofdpersoon ‘bai den coño di bo mama’ en dat hij terug moet naar zijn eigen land. Nederland dus. Weg van Bonaire.

U laat uw hoofdpersonage de uitspraak doen: ´Schelden, neuken en schreeuwen kunnen ze als de beste, maar logisch nadenken, een fatsoenlijk gesprek voeren of iets constructiefs opbouwen is te hoog gegrepen.´ (p. 108) Waarom is dat?
Met deze opmerking zeg ik helemaal niets over de Antillianen, maar juist iets over de houding die veel Nederlandse immigranten op de Antillen aannemen tegenover Antillianen. Antilliaanse lezers van het boek zullen de arrogantie van de Nederlanders herkennen, hun vaak niet eens verkapte racisme, hun superioriteitsgevoel, hun botheid en neokolonialistisch denken.  Het boek is niet alleen kritisch over de Antillen, maar net zo goed kritisch over de Nederlanders die daar wonen en het allemaal denken beter te weten. Ik heb het als journalist op Bonaire te vaak gezien en gehoord. "Ze begint zelfs een zwemband te krijgen. Een dikke rol lubberend vet. Straks drijf ik op haar lichaam, een blanke boot op een zwarte zee van lillend vlees."(p. 156)

[fotobijschrift]
"Ze begint zelfs een zwemband te krijgen. Een dikke rol lubberend vet. Straks drijf ik op haar lichaam, een blanke boot op een zwarte zee van lillend vlees."
(p. 156)

 

 

 

 

Gelooft u dat literatuur een vrijplaats moet zijn – ondanks dat de vrijheid van meningsuiting grenzen kent - om een bepaalde gemeenschap in diskrediet te brengen?
Deze vraag vind ik zeer interessant. Ik breng geen gemeenschap in diskrediet, maar geef een kritische beschrijving van de Antilliaanse politici en de houding van Antillianen tegenover Nederlandse immigranten. Overigens, dat heb ik net al gezegd, ben ik net zo kritisch over de Nederlanders die op de Antillen wonen. Maar blijkbaar raakt het boek het wezen van de Antilliaanse lezer. En daar wil ik toch wel iets over zeggen.  Ik denk dat Antillianen moeite hebben om meer kritisch naar hun eigen land te kijken, net alsof ze daarmee een zekere ontrouw belijden. Waarom? Heeft het met onzekerheid te maken, zoals ik een Surinaamse docent in het boek laat zeggen? Of juist als reactie op de stroom negatieve publiciteit in Nederland? Ik denk dat dit niet nodig is. Fundamenteel geloof in de eigen gemeenschap geeft kracht en ruimte om kritisch naar de eigen cultuur te durven kijken. En wat de vraag betreft: ik denk dat literatuur alleen kan bestaan bij een absolute vrijheid van meningsuiting. Een verhaal en de daarin verscholen boodschap dienen niet belemmerd te worden door allerlei morele en politieke grenzen. Vrijheid van meningsuiting is absoluut. Hij is er of hij is er niet. Dus ja, een literair schrijver moet vrij zijn te schrijven, ook als hij daarbij een samenleving, gemeenschap of geloof in diskrediet wil brengen. Maar dat beoog ik met mijn boek niet; dat heb ik, denk ik, nu wel genoeg duidelijk gemaakt.

 

Hoe zou de doorsnee lezer die uw roman heeft gelezen uiteindelijk reageren?
Ik denk dat mensen het een somber boek vinden, hard, confronterend. Maar mensen zullen ook de mooie kanten van Bonaire ervaren, of beter gezegd: voelen, ruiken, horen. Op de schouder van de hoofdpersoon maak je Bonaire mee, in het hier en nu. Sommige mensen zullen het boek wellicht politiek niet correct vinden, te hard, te negatief, beledigend, zullen het misschien zelfs beschouwen als het in diskrediet brengen van een gemeenschap. Maar hoe dan ook: het boek roept discussie op, dwingt mensen een mening te vormen. Neutraal blijven is onmogelijk. En zo hoort het bij een roman. Je moet er iets bij voelen.

Naschrift redactie:

Om na 93 pagina’s, vlak voor het einde van het verhaal, het personage Tanga heel summier in twee zinnen, een opgekropte emotie te laten verwoorden lijkt geen voortzetting noch beëindiging van een verhaallijn. De verwachting bij de lezer was gewekt dat beide personages – zowel Maduro als Tanga – werden meegenomen in het vermeende corruptieschandaal. Door deze verwikkeling kon, voor de lezer, de aanstelling van Maduro en Tanga als conciërge en directeur op een school en het functioneren van het politieke systeem op Bonaire wellicht inzichtelijker worden gemaakt.

 
< Vorige   Volgende >