| Niemand is een eiland |
|
|
| Geschreven door Quito Nicolaas | |
| Thursday 19 February 2009 | |
De Nederlandstalige Antilliaanse literatuur heeft zijn ups and downs gekend. In de jaren 90 waren het de Arubaanse auteurs Denis Henriquez en J. Thönissen die de ene na de andere roman publiceerden. Het heeft geruime tijd geduurd, voordat er in 2005 proza van Diana Lebacs, Myra Römer en Erich Zielinski verscheen. Uitgeverijen hebben een belangrijke taak om de Arubaanse en Antilliaanse literatuur te promoten. Ook op de middelbare scholen in Nederland moet de literatuur uit de West als Koninkrijksliteratuur op de leeslijst worden opgenomen. Het boek Niemand is een eiland is in dat opzicht een onmisbaar naslagwerk. Vandaag het slotdeel van het interview met Petra Possel.
Hoe is het mogelijk dat zo’n bekende Antilliaanse schrijver in Nederland, in eigen land onbekend is?Tja, het is jammer dat Marugg zo weinig bekendheid geniet op zijn eigen eiland. Ik heb begrepen dat zijn boeken vroeger wel degelijk op de leeslijst van de middelbare scholen stonden, maar of dat nu nog het geval is? Ik vind dat het wel zo zou moeten zijn. Het is natuurlijk goed om te weten waar Oude Pekela ligt of hoe het Nederlandse koningshuis eruit ziet, maar het is net zo belangrijk de jeugd bekend te maken met het eigen culturele erfgoed.
De kans dat er nog een roman van Tip Marugg boven water komt is klein, denk ik. De literaire nalatenschap staat nog in dozen opgestapeld en zal vast naar het Nationaal Archief gaan, maar vrienden en familie hebben al meerdere malen bevestigd dat Tip de verhalen die hij niet gepubliceerd wilde zien allemaal heeft vernietigd. Hij had ‘snipperdagen’, dan versnipperde hij letterlijk alles wat naar zijn strenge oordeel nooit openbaar mocht worden. Maar wie weet, alle dozen zijn nog niet uitgepakt…
Zoals ik al eerder zei was Tip heel streng. Voor anderen, maar vooral voor zichzelf. Er was dus maar weinig dat hij goed genoeg voor publicatie vond. Hij heeft veel meer geschreven, maar dat is dus niet verschenen. Verder denk ik dat hij bij tijd en wijle veel tijd heeft verdaan met slapen en drinken, hij zal zeker niet tien uur per dag aan de schrijftafel gezeten hebben. Toen hij ouder werd kreeg hij last van allerlei kwalen, zijn ogen gingen sterk achteruit, hij kon tot zijn grote verdriet amper lezen. En ook het schrijven werd toen minder en minder.
Ik vind niet dat Antilliaanse schrijvers zich op een bepaalde thematiek of een bepaald lezerspubliek moeten richten. Antilliaanse schrijvers moeten gewoon schrijven wat en hoe ze willen schrijven. En zorgen dat ze uitgegeven worden, niet alleen op de eilanden maar ook in het hele Nederlandse taalgebied. De Nederlandstalige literatuur van de Antillen is bijzonder, heel bijzonder. Wij, Nederlanders, herkennen de taal, maar de wereld die wordt beschreven doet Zuid-Amerikaans aan, ademt een andere cultuur. Ik vind de literatuur van Curacao vaak een stuk avontuurlijker dan de Nederlandse.
Ik heb enorm genoten van mijn Tip Marugg-project. Ik kom vanaf het begin van de jaren negentig elk jaar op het eiland, maar heb door dit onderzoek erg veel van en over het eiland geleerd. Het was af en toe lastig om mensen te bewegen het achterste van hun tong te laten zien, maar dat was dus wel spannend. Ik ben erg benieuwd hoe het boek op het eiland ‘valt’.
|
| < Vorige | Volgende > |
|---|