|
Giselle Ecury is een talentvolle prominente schrijfster van Arubaanse afkomst. Haar debuutroman Erfdeel (2006) werd laaiend enthousiast ontvangen en in korte tijd wist ze aan haar tweede roman Glas in lood (2009) te werken. Eerder publiceerde ze een gedichtenbundel Terug in de tijd (2005). De thema’s in haar boeken hebben te maken met de relatie moeder-dochter of vader-kind verhouding. Daarmee lijkt het alsof de auteur uitsluitend damesromans schrijft. Integendeel Giselle Ecury heeft een schrijfstijl dat iedereen weet te ontroeren en door de compactheid van de zinnen de lezer volledig in bedwang houdt. Vandaag een gesprek met de auteur over haar roman Glas in lood.
Wanneer kies je je personages uit en hoe beperk je het aantal hiervan?
In het “voortraject” kristalliseren mijn hoofdpersonages zich in mijn hoofd uit. Het kan zijn, dat ik er gaandeweg het schrijftraject nog personages bij verzin, maar dat hoeft niet. Ik doe dat alleen, als zij ook daadwerkelijk een cruciale rol spelen. Ik vind het verwarrend teveel mensen een taak toe te bedelen, dus ik zal me op voorhand beperken.
Hoe werk je de plot uit?
Gaandeweg het schrijfproces kleur ik de plot verder in. Schrijven is voor mij associëren. Door het ene ingevoerd te hebben, krijg ik een idee of herinnering aan het andere, dat ik er dan inschrijf. Soms blader ik terug om een kleine aanpassing te maken, zodat het klopt. Het verhaal schrijft zichzelf.
Werk je aan de hand van een schema?
Nee. Ik heb voor Glas in lood wel een tijdsschema gemaakt aan de hand van de leeftijden van mijn personages en om goed in de gaten te houden in welk jaar de dingen zich afspeelden. Alleen dan kloppen de feiten die aan de orde komen.
Zit er een bepaalde symboliek achter de naamgeving Inca en zo ja, welke?
Niet op voorhand. Later bleek het kind over wijsheden te beschikken, waardoor ik wel eens op een zekere symboliek heb aangestuurd. Bijvoorbeeld de gebruiken van de Inca’s, die houden van vaste rituelen, en de uitspraak: “De herverdeling van het land”, iets dat past bij dit meisje. Ook wordt ze “kleine indiaan” genoemd, niet vreemd als je bedenkt dat de grootmoeder van het kind Arubaanse was, maar door de naam Inca is de cirkel opeens rond.
Wie is je doel- of lezersgroep bij deze roman?
In mijn werk probeer ik vooroordelen weg te nemen. Als mensen zich kunnen identificeren met je personages en hun lot, met je verhaal, zullen ze zien dat “niet alles is, wat het lijkt te zijn”. Dat maakt je milder in je oordeel of neemt het oordeel helemaal weg. Mijn doelgroep bestaat uit gewone mensen, zoals jij en ik.
|