| Waardering van de eigen literatuur/Deel III |
|
|
| Geschreven door Quito Nicolaas | |
| Wednesday 21 December 2011 | |
Met de waardering
van de Arubaanse literatuur is het anders gesteld en lijkt het stiefkind van de
culturele sector. Dit terwijl de literatuur van een land de ruggengraat is van een
samenleving en dient daarom meer gestimuleerd te worden. Dit impliceert dat
werken van lokale auteurs voldoende bekend zijn bij het publiek en op scholen,
dat er hierover in de media wordt geschreven, gelezen en gesproken. Zoals in
menig jonge natie ziet men een ontwikkeling van poëzie naar proza aftekenen. Suriname
werd ook na diens onafhankelijkheid bedolven onder de prozaschrijvers en romans
die verschenen. In dat opzicht is Aruba nog altijd een land dat zoekende is
naar een product – zoals de mode-industrie die een investering van drie ton
vergde - dat gekoppeld kan worden aan het toerisme.
Ter voorbereiding van de Status Aparte werd een bescheiden literaire infrastructuur
op poten gezet. Maar daarna moest het accent verlegd worden van de rol naar het
voortbestaan van de culturele instellingen in een samenleving en aan eerstgenoemde
ontbrak het aan de nodige aandacht. Een leescultuur is nooit gestimuleerd, een fenomeen dat wij in ex-kolonies vaak tegenkomen, terwijl die juist nodig is om een dialoog, discussie en debat in een jonge natie te stimuleren. De Papiamentstalige muziek en beeldende kunst is met de tijd door het Sticusa-beleid veel beter uit de verf gekomen. Er is veel meer waardering voor de lokale artiesten, musici en kunstenaars. Voor musici bestaat al jaren een eigen vereniging, de ASOMA, (Asociacion di Musiconan Arubano) waar ze lid van zijn. Beeldende- en grafische kunstenaars zijn verenigd in de Aruba Arts Community (AAC). Exposities van kunstenaars werden tot voor kort goed bezocht. Overal verspreid op het eiland vind je tal van galerijen, naast de hotels en bankinstellingen die werken van kunstenaars exposeren. In de Caribische regio zijn ze ook al bekend met hun werken en treden of exposeren daar ook op.
Een onderontwikkelde leescultuur heeft veelal te maken met de cultuurstrijd die nog altijd gevoerd wordt of men hechtere banden met Nederland moet aangaan of juist niet. Daarmee samenhangend is de taalstrijd, waarvan een groot deel van de tijdsinvestering en energie werd besteed om de erkenning, invoering en handhaving van de eigen taal het Papiamento. Vanaf eind jaren zestig werd de Nederlandse taal die gewoontetrouw in de kerk, op de radio, in de kranten, bij de huisarts, in het ziekenhuis, in het parlement, op school, overheid werd gesproken, langzamerhand vervangen door de eigen taal. In die tijd waren Nederlanders in alle maatschappelijke sectoren oververtegenwoordigd in zowel beleidsfuncties als in de dienstverlening. Ofschoon het aandeel van de bevolking die Nederlands spreekt gering is, meent men toch te moeten opteren voor deze taal die kunstmatig in leven wordt gehouden.
Orientatie De intellectuele afhankelijkheid moest tot in de lengte der jaren in stand gehouden worden en leverde generaties op die noch het Nederlands noch de eigen taal machtig zijn. Met het dekolonisatieproces moest de Nederlandse taal plaats maken voor het Papiamento, waaraan vanaf de jaren zeventig serieus aan een etymologische spelling werd gewerkt. Het spiegelbeeld hiervan was dat de staatkundige veranderingen in overleg en geleidelijk aan werden geïntroduceerd. Het invoeren van het Papiamento ging gepaard met felle discussies, wantrouwen, tegenwerking en moest van de kant van de vakbond van leerkrachten Simar een ware strijd geleverd worden. Echter zolang het onderwijs louter is gericht op de encyclopedische kennis van de leerling en minder op vaardigheden als speechen en het voeren van een debat, zijn onze toekomstige leiders niet opgewassen tegen de problemen die op ons afkomen.
Initiatieven
Marketing Deel IV verschijnt op 28-12-2011 |
| < Vorige | Volgende > |
|---|