| Blijven op Balenbouche |
|
|
| Geschreven door Mark Lieffers | |
| Thursday 16 December 2010 | |
Mark Lieffers, onze nieuwe reisjournalist over het Caribisch gebied, schrijft over zijn verblijf op een voormalige suikerrietplantage op St. Lucia, één van de Bovenwindse Eilanden in de Caribische Zee: “Wij hebben een missie”, zegt Verena Lawaetz. Ze leidt Mark rond op Balenbouche, de voormalige suikerrietplantage, die haar opa begin jaren zestig kocht. “Wij willen deze plantage behouden en authentiek houden, als onderdeel van het erfgoed van St. Lucia, samen met en als onderdeel van de plaatselijke gemeenschap”.
Een paar uur eerder veranderden de ijskristallen op mijn vliegtuigraam in minuscule waterdruppeltjes, ruim voor de landing op St. Lucia. Witte zeilen van twee catamarans op de lichtblauwe zee, een paar honderd meter lager, illustreren dat dit het Caribische Gebied is. Nu ben ik op Balenbouche en praat met Verena: een jonge, gedreven vrouw. Sinds haar moeder Uta in 1983 het landgoed overnam, is Balenbouche stap voor stap opgebouwd tot wat het nu is. Het grote huis, ongeveer tweehonderd jaar oud, is bijzonder. Er zijn maar een paar van zulke oude plantagehuizen op het eiland. De inrichting is in stijl: zware antieke houten meubels, sommigen net zo oud als het huis, en donkere houten vloeren contrasteren fraai met de witte houten muren met pastelgroene Caribische luiken. Uta vond enkele meubels op het terrein zelf en kocht andere op St. Lucia en andere eilanden. Met oude foto’s, schilderijen en andere voorwerpen ademt het huis een sfeervolle stap terug in de tijd. Balenbouche werd in 1765 als suikerrietplantage in gebruik genomen. Het enorme, uit Engeland geïmporteerde, waterrad springt van wat rest van de plantage het meest in het oog. Compleet met het aandrijfmechanisme staat het in de ruines van de suikerfabriek zelf, die tot ongeveer 1940 in bedrijf was. Schaduwen van bomen, die de tandwielen van het verleden letterlijk bedekken, spelen met het zonlicht, waardoor in de loop van de dag steeds weer andere delen van het industriële verleden belicht worden. Metalen potten waar de suiker in geraffineerd werd, ruim een meter breed en diep, liggen verzonken in hun oorspronkelijke stenen stellages. Ze zijn nu gevuld met een laagje water waar kikkers in zwemmen.
Overal liggen kleine mango’s op het gras. De eerste ochtend van mijn verblijf eet ik ze in een iets groter formaat bij het ontbijt op de veranda van het grote huis. Ik verblijf in het Frangipanicottage. Dit typisch houten Caribische huisje is samengesteld uit twee huizen die van een dorpsgemeenschap in de buurt gekocht zijn. Tussen de muren en het dak zijn fraai opengewerkte houten delen geplaatst. Zo zorgt de altijd waaiende wind voor verkoeling. Het gevoel midden in de natuur te wonen, wordt versterkt door de half open badkamer met stenen douche. Dat brengt wel met zich mee dat je een kikkertje in de wasbak kan vinden, hagedisjes op je plafond of een tien centimeter grote sprinkhaan in de wapperende witte gordijnen. En ja, soms ook een spin in de douche. En dan is er nog Cali, de poes die Frangipanicottage als haar huis beschouwt, en mij regelmatig´s nachts, luid miauwend, een versgevangen muis aanbiedt. Verblijven op Balenbouche is zo ontspannend, dat het de grote verleiding in zich heeft om op Balenbouche te blijven. Zittend op mijn veranda, al dan niet met poes, boek en drankje, geef ik daar aan toe. Mijn plannen voor trips naar stille vissersdorpjes als Choiseul en stadjes als Soufrière, vol met kleurige oude huizen met veranda’s, balkonnetjes en eilandleven, stel ik regelmatig uit. Ook het regenwoud in, bijvoorbeeld naar de prachtige En Bas Sault waterval, en duiken en snorkelen in het heldere water vol prachtige vissen, koraal en schildpadden, gebeurt later dan gepland. De enorme mangoboom en de vervallen houten katoenschuur voor mijn huisje, krakende metershoge bamboe, rondvliegende witte en groene reigertjes, zoemende kolibries, paarse en rode bloemen, koeien in het bos achter mijn huisje en de vriendelijke werknemers van het landgoed, het is inspanningloos genieten.
Over het landgoed lopen is een attractie op zich. Langs suikerriet waaruit koeienkoppen omhoog steken, ga ik naar het kleine strandje met vulkanisch zwart zand. Een geel krabbetje verstopt zich in mijn voetstappen, oogjes op steeltjes staren mij aan. Bloeiende paarse en witte waterlelies in vijvertjes en geelrode heliconiabloemen vragen om aandacht als ik, begeleid door de honden, langs fruitbomen wandel naar het Balenbouche riviertje, dat eindigt in zee. Rode bloemen als brandende toortsen spetteren tussen de ruines van de suikerfabriek zodra de zon er op schijnt. Tientallen opengewerkte kokosnoten liggen op aarde te drogen. Een man uit de buurt, die ook een paar koeien op het landgoed mag laten grazen, vertelt me dat hij er kopra (gemalen kokos) van maakt. De schil en omgevallen kokospalmen brandt hij tot houtskool. Dat het de droogste periode in 25 jaar is, met nauwelijks regen, is goed voor zijn kopraproduktie, maar gevaarlijk voor de omgeving qua houtskool maken. Daar wacht hij nu even mee, zegt hij. De ongedwongen en hartelijke omgang van Uta en Verena met hun gasten, geeft mij het gevoel dat ik voor even woon op Balenbouche, in plaats van te gast zijn. Bij de thee krijg ik heerlijke zoete zelfgemaakte cake met rum en nootmuskaat, kennissen en de beste gidsen worden opgetrommeld voor trips naar het regenwoud en kleine dorpjes. Als er geen officieel diner geserveerd wordt, mag ik ´s avonds mee eten met de familie. Bij de tafelgesprekken blijkt weer de betrokkenheid bij St. Lucia. De zorgen of het duurdere resorttoerisme de authenticiteit en het karakter van het eiland en de bevolking niet verder zal beïnvloeden en de liefde voor hun landgoed en werk.
Tekst en foto’s © 2010 Mark Lieffers / Mark Lieffers Woord en Beeld. Alle rechten voorbehouden. Kijk ook op www.MLWNB.nl . Overname van tekst en /of foto’s is mogelijk, na overleg via Dit e-mailadres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken
|
| < Vorige | Volgende > |
|---|