Nieuwsbrief

Schrijf u in voor de nieuwsbrief.







colofoncontactadverteerdersabonnement

Chilling U Turkey Afdrukken E-mail
Geschreven door May Peters   
Friday 02 December 2011

may-jorge2011.jpg'We beginnen iets later, om 12.30 pm', ontving ik afgelopen woensdag per sms. Wel nondedj.. Niet om negen uur? Pas om 12.30 pm? Dat is toch ‘s middags? Kennelijk vond onze bandleider El Licenciado Jorge Perez het zelf ook een ongewone werktijd. En ik had nog wel een salsa-optreden afgezegd dat om tien uur 's avonds zou beginnen! En ik bén een cocola, een salsera.' May Peters raakt verzeild op een Thanksgiving-feest voor jonge hippe Puertoricanen.

 

Salsa is de muziekstijl die mij geneest, zoals ze hier zeggen. Dit optreden, de avond voor Thanksgiving was mijn vierde ‘guiso’ al (schnabbel) in de negen dagen dat ik terug ben op la Isla del Encanto, en het derde optreden met ‘Rumba d’ Gaspar’. Ik speel als enige blazer een dik half jaar met deze salsa rockband. De formatie bestaat uit professionals, speelt eigen werk en salsacovers van onder meer Rubén Blades en Hector Lavoe op hun eigen manier.

Dat komt door de gitaar van Greg Schmit en onze waanzinnige ritmesectie. Bandleider, componist en zanger Jorge Pérez is de enige amateur. Overdag is hij advocaat en een ‘meester’ in veel: organiseren, zich bekommeren om de bandleden, de gigs en de drank. Hij had me dan ook op het hart gedrukt dat de twee Nederlandse studenten Laura en Daphne zeker mee moesten komen naar dit grote dance-feest in Guaynabo city. Hij had ze de vorige week woensdag ontmoet tijdens een optreden in El 8 de Blanco, op mijn eerste dag terug! Alleen de titel al van het evenement ‘Chillin’ U Turkey’ is voor Laura een interessante aanleiding om te onderzoeken in hoeverre het ‘Spanglish’ de Puertoricaanse identiteit beïnvloedt. Helaas vonden de meiden half een ’s nachts te laat voor een feestje, in tegenstelling tot hun Puertoricaanse leeftijdgenoten. Ze hebben er nog spijt van… Nadat ik Jorge, een dertiger met idem rijgedrag… net gescheiden ook, met een noodgang gevolgd ben over de snelweg, komen we bij een gigantische loods. Shanna’s Irish Pub staat er groot op de muur gekalkt en daarnaast ziet het groen van ons Amsterdamse biermerk. Je kunt ze ook van alles wijsmaken, de Puertoricanen. De parkeerplaats is al afgeladen vol. Mijnheer de advocaat scheurt nog een rondje, maar mijn inwendige TomTom zegt me dat ik de auto gewoon hier naast de stoep kan neerzetten. Even later zet hij zijn Toyota toch maar achter de mijne. Ik ben de oudste van de band, en ik blijk ook een van de oudsten zijn van de vijfhonderd bezoekers van dit hippe feest.  

Jorge rekent even het optreden van zaterdag met me af. ‘Laten we naar binnen lopen,’ zegt hij: ‘Want hier wordt geschoten.’ Op deze grote parkeerplaats heeft het er inderdaad alle schijn van, zonder security, dat hij de waarheid spreekt. Maar ach, ik voel me altijd beschermd. Deze week hoorde ik op de nationale salsazender Zeta 93 dat er dit jaar duizend mensen door geweld om het leven zijn gekomen. Ik weet het.  

En ze hadden allemaal de leeftijd van ons publiek van vanavond. Edoch, we zijn nu in Guyanabo, de juppenwijk van de Metropolitan Area. Iedereen die gestudeerd heeft, dus de kans heeft gehad zich te ontwikkelen, uit bemiddelde families komt, en vooral licht van huidskleur is, woont in Guynabo-city. Ik kom hier niet graag, dat mag duidelijk zijn. ‘Comemierdas,’ zegt mijn buurvrouw Grissel: ‘Ik heb daar ook gewoond. Afschuwelijk!’ Terwijl ze de rook van haar sigaret uitblaast en de slechte smaak met een slok Medalla wegspoelt op donderdagochtend half twaalf. 

‘Ik word nog niet gek,’ zegt ze: ‘Tot vliegtuigen aan toe hadden we. De baas van Plaza las Américas (het grootste winkelcentrum) woonde twee huizen verderop.’ Das war einmal. Grissel is vergane glorie. Ze knipt haar haren zelf omdat ze geen geld meer heeft. En het zit nog goed ook. Ze liet zich altijd onderhouden. ‘Ik was een Barbie! Maar die kerels deugen niet…’  

Jorge en ik melden ons bij de receptie buiten, terwijl de klerenherrie op me afkomt! ‘May Peters’ ‘Ja, u staat op de lijst.’ Krijg een geel bandje om. Juanma, de pianist heeft zijn spullen ook net uitgeladen en we gaan samen de loods binnen. ‘In godsnaam, Jorge, wat doe je me aan!’ 
‘Geen nood, jij krijgt zo een Corona.’ Hij weet dat ie me altijd stil krijgt met een biertje, maar dan wel een Puertoricaanse Medalla. Ook dat nog, alles wat van het buitenland komt is hier zogenaamd hip (behalve ik!). We wringen ons door een hoop jeugd richting podium. Om nou niet vroegtijdig arbeidsongeschikt te worden als musicus, haal ik zo snel mogelijk mijn oordoppen uit mijn trombonetas. Zucht, wat een verlichting. Er is hier een deejay aan het werk en ik weet nou niet of drie maanden Nederland te lang was of dat ik simpelweg gewoon te oud word voor dit soort ongein!
Er is hier geen enkele Puertoricaanse met kort haar, wel met hele korte zijden broekjes en bijpassend shirtje. En hoewel ze allemaal op hakken lopen, beter gezegd staan, steek ik evengoed nog boven ze uit. Ze staan wat verdwaasd hun nek naar voor en achter te bewegen op de maat van de herrie. Boem-boem-boem-boem. Goh, wat hebben ze het leuk… De jongens zien eruit als de Beatles toen ze begonnen, page kapsels, spijkerbroek, een ordinair t-shirt en gympen. En er zijn er ook maar weinig die helder uit de ogen kijken. Ik groet Greg, onze Amerikaanse gitarist die al jaren op het eiland woont en muziekles geeft op het prestigieuze Baldwin College in Guaynabo. ‘Ik zie hier oud-leerlingen van me. Die studeren nu allemaal in de States. En ze zijn natuurlijk nou hier vanwege Thanksgiving.’
‘Wat leuk. Hoe oud zijn ze?’ ‘Gemiddeld twintig, schat ik. Ja, hier mogen ze vanaf hun achttiende drinken. In de States is die grens pas op 21-jarige leeftijd en dan krijg je totaal verknipte situaties.’ ‘Ik weet het niet, Greg. Ze zien er hier al niet veel beter uit. En het lijkt er ook op dat ze nog meer hebben gebruikt dan alleen maar alcohol.’ ‘Ach, ja, it’s Puerto Rico,’ glimlacht ie. De drie hoofdzaken waar het om draait in Puerto Rico, volgens mijn goede vriend filmregisseur Raffi Mercado: ‘sex, drugs en alcohol.’

‘En dat die meiden er ook allemaal zo sexy uit zien!’ lacht Greg: ‘Ik heb ze gekend toen ze zo waren,’ en hij wijst een meter van de grond. Doem, doem, doem, ik voel de bas in mijn maag. En warempel, d’r wordt een soort ska gedanst, door de jongens uiteraard. Is dit een kruising tussen Michael Jackson’s Moondance en Madness? Een gekkenhuis is het zeker. Meisjes, met ontblote schouders, cq. navels of ruggen staan er giebelend naar te kijken. 
Wat ik bijzonder knap vind is hoe deze dansen die tweehonderd stappen in een minuut over elkaar gezet krijgt zonder dat zijn drankje over het plastic bekertje klotst. ...Hij houdt zijn granberry rum in de lucht en vliegt met zijn rechtervoet over zijn linkervoet en visa versa. Terwijl hij molenwiekend om zich heen slaat. Ik denk aan de rumba, welk een statige paringsdans dat is. Met wat voor een gratie de danspartners tegenover elkaar staan. De rumba is geïnspireerd op het baltsgedrag van vogels. Ik zie vaak de chango’s (de Puertoricaanse spreeuwen) die met uitgezette veren indruk proberen te maken op het vrouwtje. En de rumberos van el Ultimo Trolley bij mij om de hoek aan de Oceaan doen hetzelfde. Nee, dan dit soort ramwerk! Mijn god nog aan toe, wat is er gebeurd in Puerto Rico? Een jonge snuiter met een geruit hemd snijdt een mooie mulata de pas af. Zo vangen ze nu haar aandacht. Niks geen serenades meer, waar de Puertoricaanse Trios bekend om werden. Aaaaah, desalniettemin herkent ze hem. Kust de lucht naast zijn wang en dat was dan weer de begroeting. Ik zou toch zweren dat dat blondje een grote poster van Paris Hilton op d’r kamer heeft hangen.
Een hele korte broek en een witte glitterblouse aan, die aan de achterkant in flangen op haar lichte rug valt. Hoe oud zou ze zijn? Achttien? Ze grist een paar vriendinnen bij elkaar en dan gaan ze op de I-phone. Ik moet daar altijd zo om lachen. Hoewel ik dus nu zelf mijn toestel vergeten ben zal de Puertoricaan dat nooit doen. Niks liever dan op de foto. En hoe? Professioneel. Rechterschouder ietsjes naar voren, rechterbeen voor het linkerbeen (dan lijkt je been langer, volgens Daphne, want kijk, dat willen we tenslotte allemaal…?), linkerhand in de zij. Echt, allemaal die meiden! En die jongens proberen er net nog een tandpastaglimlach uit te krijgen.

Maar dat is dat andere type dat ik zie. Je hebt de nerds en de sportschooljongens. Iets er tussenin bestaat niet. Van die laatsten zie ik er trouwens maar een paar. Met de armen losjes van het lichaam… Daar komt Jorge weer. ‘Geen doorkomen aan bij de bar,’ roept hij. Ik wijs naar buiten. Hij volgt me. Ik wring me langs een mechanisch bewegende Kerstman die op een stoel zit. Wat een schrik! Ja, Thanksgiving is het begin van de Kerstperiode in Puerto Rico. 
Uiteindelijk komen we dan toch bij de chillin’ ruimte tussen bamboehekken, waar gasten een sigaretje roken. Dat was toch verboden in Puerto Rico? Je mag wel met een revolver op straat, maar niet met een sigaret. Enfin, Jorge heeft een nieuw nummer geschreven.
‘Wil je dat ik daar weer een arrangement van maak?’
‘Ja, het is salsa. En dan in de stijl van el Gran Combo.’
‘Ah, goed zo. Dus wat fills in het begin voor de trombone en de gitaar?’
‘Ja, dan klinkt dat wat voller.’ Hij haalt een heupflesje te voorschijn. ‘Rum?’
‘Altijd.’ En ik neem een slok: ‘Wat is dit?’
‘Pirata, rum van Anguila.’
‘Dat meen je niet. Daar heb ik nog gespeeld twee jaar geleden. Bij St. Maarten toch?’
‘Ja.’
‘Man, dat is maar zo’n piepeilandje. Hebben ze daar een destilleerderij?’
‘Ik weet het ook niet.’

Goed, naar binnen. Het is inmiddels twaalf uur. De meisjes van het Corona-team hebben een soort blauw majoretterokje aan met een blauw en geel behaatje. En wat het dan af moet maken zijn natuurlijk weer die hakken. ‘Klamp eens even zo’n meisje aan,’ zeg ik tegen Jorge. Mag allemaal niet baten, want ze heeft geen bier bij zich. Dan maar naar de bar, waar geen doorkomen aan is. ‘Moet dat nou ons publiek zijn?’ zeg ik tegen Greg die ik halverwege tegenkom. 
‘It’s so much fun watching! Het lijkt er niet op of zij nu zoveel plezier hebben.’
‘Ja, ze komen van gegoede families. Daar die jongen met dat rood haar. Die zat bij mij in de klas toen was ie vier.’
‘Dat meen je niet. Heeft ie je al begroet?’
‘Nee.’
‘Dat Baldwin College, wat is dat voor een school?’
‘Een privéschool. Heel erg duur, maar ze zijn dan ook heel erg goed. Kijk, dat je $ 15.000,- tot $ 16.000,- moet betalen voor je zeventienjarige zoon of dochter, is nog daar aan toe. Maar $12.000,- voor een vijfjarige.’
‘Per jaar?’ roep ik uit.
‘Yep,’ knikt mister Schmitt. ‘Nou is het wel zo dat wij hele goede connecties hebben. We krijgen ze altijd op de beste colleges in de States.’
‘Je bedoelt Universiteiten?’

‘Ja.’
‘Jezus, wat een geld!’
‘Ja, dat is hier Guaynabo city, he.’ Het gedeelte met de beveiligde woonwijken, maar ook geen rumba, geen folklore! ‘En ondertussen maar blowen en pilletjes slikken,’ zeg ik.
‘Ja, ook dat.’
‘Ik vraag me af of ze nog wel reageren op normale muziek..’ Ik heb het nog niet uitgesproken of ik hoor pandaretas, de Puertoricaanse tamboerijn. Live!!! Ik hoor mijn muziek, in het echt! Pleneros! Degene met de bas, twee quineteros en degene die al die solorifjes speelt. Boem, boem- tik-boem, boem-tik-boem, tudoem tik boem.  

Door de zijdeur komen vier panderos naar binnen en een trompettist. God, zouden die boven deze herrie uit kunnen komen? Maar al gauw heeft de zanger een microfoon in handen. Ik loop snel de trap op. ‘Mañana, por la mañanaaaaa, llena tu casa de flores. Que seguro te visita, la Virgin de los Dolores. (‘Zet je huis morgenvroeg vol met bloemen. Want je krijgt zeker bezoek van de Maagd van Pijn.’)
Dit succesnummer hebben we zo vaak gespeeld met Plena Libre in 1994. Ja, ik weet nog mijn verbazing op die donderdagochtend, zeventien jaar geleden, om tien uur op de Universiteit in Ponce. Precies dit effect! Al die studenten meteen in line dance en plena dansen! Ze hebben nu niet zoveel plaats, maar om deze muziek uit de kelen van vierhonderd Puerto Ricanen, dronken, rijk of high, het maakt niet meer uit, te horen bezorgt me kippenvel! Ik kijk uit op de nieuwe generatie Puertoricanen die naar hun eiland terugkwamen om el dia de Acción de Gracias te vieren met hun familie. Ik bal mijn vuisten, gelukkig! 
‘El jolgorio está’ En die vierhonderd man zingen dat keihard mee. Gracias a dios, ze hebben het niet verleerd. ‘Está la maceta, vamos a gozaaaaaar. Wepa, wepa, wepa.’ Alle Puertoricaanse kerstliedjes gaan er in als koek. 'Voy subiendo, voy bajandooo. Voy subiendo. Voy bajandoo. Yo vivo como yo vivo. Yo vivo vacilando. Yo vivo, como yo vivo. Yo vivo vacilando.'( Ik ga omhoog, ik ga omlaag. Ik leef mijn leven zoals ik leef. Ik leef het vol plezier!) Al zingend, omhoog en omlaag bewegend, loop ik richting podium, want ik zie daar ook beweging. Mijn eerste impuls is om de trompettist te gaan helpen, maar ik zou niet weten hoe ik door de mensenmassa zou moeten komen. En bovendien spelen we hierna.
Bij het podium verschijnt mijn bodyguard ook ineens met een flesje Corona. Zeer professioneel houdt Jorge het flesje op de kop. Waaaaahhh. Ja, dat schijnt zo te moeten, want dan vermengt de smaak van de limoen zich met het bier. Hij reikt het me aan. Och, het is nu weer heel leuk om 1 uur ’s nachts tussen de snobs, met live muziek, ¡Graciasss!
En ons optreden, dat is geweldig! Ook onze liedjes zingen ze allemaal luidkeels mee. Er staat een kleine rooie Beatle voor Greg. Elke gitaarsolo die hij speelt wordt stralend door zijn oud-leerling ontvangen. Hij fluit keihard, zijn gezicht heeft dezelfde kleur als zijn haar en hij glimlacht van oor tot oor.

 

 
< Vorige   Volgende >