Nieuwsbrief

Schrijf u in voor de nieuwsbrief.







colofoncontactadverteerdersabonnement

Dia de los Reyes, drie Koningen in Puerto Rico Afdrukken E-mail
Geschreven door May Peters   
Thursday 12 January 2012
reyes1.jpgHet feest van Drie Koningen is zo Puerto Ricaans als het maar zijn kan. Ook al hoort het eiland al sinds 1898 bij de VS, hier geen ‘Santa Cló’. De Drie Koningen brengen kinderen cadeautjes. May Peters maakt dat natuurlijk ook weer mee.

Elk kind heeft het er maar druk mee om gras en brood bij zijn bed te leggen op de vooravond van 6 januari. Zoals we in Nederland lekker Sinterklaas blijven vieren, zo zijn al generaties Puertoricanen opgegroeid met de spanning van Los Reyes Magos. En de dag zelf is weer een groot feest, zoals dat hier al sinds Thanksgiving aan de gang is. Ik ontving een tekstbericht van radiomaker Kafé Libre: Jaime Oscar Sierra: ‘May, mijn respect voor je persoon. Kom naar Caguas, groot feest! Je krijgt de groeten van mijn neef Pitín, de bassist van La Selecta. Er is van alles: poëzie, ron caña, en lyriek. Ik drink niet.’ ‘Maak je geen zorgen. Ik drink die van jou wel!’

De ideale omstandigheden voor jullie correspondent dus. Ik had bovendien een uitnodiging van vriendin Paquita om langs te komen in haar geboorteplaats San Lorenzo. ‘Natuurlijk, Paquita!’ En mijn collega van Puerto Rican Power, John, had me ‘s ochtends geschreven: ‘Heb je veel parranda gespeeld?’ Een parranda is eveneens een typisch Puerto Ricaanse traditie, waarbij mensen een bekende verrassen op een serenade met Puerto Ricaanse kerstliedjes.
Dat gebeurt meestal na dit soort feesten, rond middernacht. De gastheer onthaalt het gezelschap dan op drank en eten. What else is new? ‘Kom naar Gurabo. Bel me op 9 uur op,’ had John geschreven. Nou is San Lorenzo het volgende dorp na Gurabo op de dertig, dus helemaal perfect. De enige vraag is: Hoe ga ik deze dag doorkomen? Veel water drinken, rustig aan met drank en een goede bodem leggen.
Dat laatste doe ik in de vorm van twee koppen zelfgemaakte sancocho (een maaltijdsoep) waarna het zweet me uitbreekt om twaalf uur ’s middags! Maar goed, Ik pik mijn twee Nederlandse gasten Daphne en Laura op bij mij om de hoek en we rijden de metropolitan area uit. Je bent zo op de 52, de snelweg naar het zuiden. Ondertussen vertellen de studenten me enthousiast hoe het met hun onderzoek verloopt.
Na tien kilometer, bij Gaguas, rijden we de bergen in. ‘Mijn maatje Kacho heeft me keurig opgeschreven hoe ik er moet komen. Hij is een heel goede gitarist, autodidact en heeft sociologie gestudeerd. Een ontzettende womanizer, daar niet van. Net weer vader geworden. Toen ik op Nieuwjaarsdag in Gurabo een foto van hem wilde maken met zijn zoontje, draaide hij die ook weg van de camera.’ ‘Waarom dat?’ ‘Omdat hij de indruk wil blijven wekken beschikbaar te zijn,’ lach ik.

’Maar daarom kan ik hem bellen als ik ‘monte adentro’, in de bergen verstopt zit.’ ‘Wat is het hier moooooi,’ zegt Daphne. Het landschap van de eeuwige lente, zoals Puerto Ricanen dat noemen. Groene vergezichten over de vulkanische heuvels. ‘Waar gaan we naartoe?’ vraagt Laura. ‘Geen idee. Zoiets is vaak een familiegebeuren, informeel en hartelijk. Altijd teveel eten en drank en altijd live muziek. De Puerto Ricanen ontvangen je altijd overal even hartelijk. Gaan we nog goed?’
Ja, de grote weg leidt ons uiteindelijk naar het beroemde standbeeld van de zwarte panderetaspeler en een prachtige mozaïeken muur met Puerto Ricaanse beroemdheden. ‘Kijk, die man is Pedro Flores, de componist. Daar: Rafael Hernández, mijn idool, de componist van Puerto Rico’s mooiste composities, zoals Preciosa.’ ‘Ik zie geen vrouw,’ zegt Laura. ‘oh, jawel, daar! Julia de Burgos, de grootste dichteres die Puerto Rico heeft voortgebracht, gestorven toen ze 39 was.
En Sylvia Rexach, hetzelfde, componiste van de mooiste boleros. Veelal vrijheidstrijders voor een onafhankelijk Puerto Rico.' Kacho neemt niet op, want die hoort me niet natuurlijk. Maar na bijna twee decennia Puerto Rico weet ik dat ik het over tien minuten gewoon nog een keer moet proberen en juist: ‘May, waar zit je?’ We zitten heel goed. Als je in Puerto Rico twijfelt, moet je in tegenstelling tot in het Westen, altijd tot daden overgaan. Want woorden als ‘zekerheid, plannen, timing’ die kennen ze hier niet. ‘Je moet de heuvel op blijven rijden.’ Onder een dak van wuivend bamboe heb ik twee handen nodig om de smalle bergweg te beklimmen.

Op het hoogste punt komt ons plotseling een grote pick-uptruck tegemoet, met drie paarden erop. De manen in de wind. ‘Ha, wat een leuk gezicht!’ Daphne heeft het nog niet goed gezegd, of daar komt eenzelfde soort truck met, ja hoor: de Drie Koningen op een rij, hun mantels wapperend in de wind. Natuurlijk toeter ik! ‘Jeheeeeeee!!’ hoor ik naast me. We krijgen, heuvel op, ook nog de zegen.
Los Reyes Magos rijden ons glimlachend en wuivend voorbij. Gevolgd door nog drie van diezelfde pick-ups, met allemaal klein Puerto Ricaans grut, jubelend en juichend! Ik zie me in een glimp, als tienjarige, net zo euforisch op een koets zitten met Koninginnedag, toen mijn vader het rijtuig had ingespannen, versierd met oranje slingers en hup, alle kinderen uit de buurt erin. Feest! Het kost niks, en de grootste lol.
Even later, met Kacho aan de telefoon rijden we dan toch de Hacienda de los Reyes op. ‘Je weet dat ik links ben, maar in dit geval moet je twee keer rechts. En dan zet je de auto maar waar je wilt.’ We rijden naar beneden een groot braakliggend terrein op, bomen, auto’s. En links een grote open maar overdekte patio. ‘Wauw!!’ Tafeltjes en stoelen die plaats bieden aan tweehonderd personen. ‘Daar heb je Kacho!’ Gevaarlijke leeftijd, als vijftiger kijkt hij altijd even ondeugend als hij me ziet.
‘Gedraag je!’ Hij wordt nog blijer als ik hem voorstel aan Laura en Daphne. ‘Wat zijn die Nederlandse vrouwen toch knap!’ ‘Ja, en wat zijn die Puerto Ricaanse mannen toch een stelletjes schuinsmarcheerders!’ We worden meteen aan andere mannen voorgesteld. Ik ontwaar mijn trompetcollega Edgar Nevarez. Die andere musicus ken ik ook. Daar heb je warempel neef Pitín, die bas speelt bij het orkest van Raffy Leavitt, waar ik dertien jaar geleden bij speelde! In en ooghoek duikt een olijke man achter de monitor vandaan.

‘Nee maar! May Peeeeeeters.’ Ik schiet in de lach. ‘Roberto!’ Mijn collega uit 1994, de tijd van Eddie Santiago, het icoon van de salsa romántica toen. Hij omhelst me. ‘Wat leuk je te zien!’ ‘Igual!’ ‘Kom, laat me je even voorstellen.’ En ik word, volgens goed Puerto Ricaans gebruik, aan zijn vrouw, zijn dochter, de vriend van zijn dochter en de halve tafel voorgesteld. Ik op mijn beurt, stel hem voor aan Daphne en Laura. ‘De Holaaaanda!’
Diep onder de indruk zijn ze. ‘Heb je je trombone bij je?’ ‘Sí,claro. Ik zie hier allemaal musici van La Selecta van Raffy Leavitt!’ roep ik. ‘Ja, dat klopt. Maar het is gewoon mijn band. Jij speelt dadelijk mee, he?’ ‘Ja,natuurlijk!’ Een latino teddybeer, met zwarte ogen, een ongeschoren kin, staat ineens voor me. ‘May?’ ‘Jaaaaaime!!’ Hij omhelst me. ‘Wat willen jullie drinken? Heb je al gegeten? Kom!’ Op de stenen bar staan weer verschillende uitheemse flessen, waar vruchtjes inzitten. Kijk even op de klok. 1 uur, oké Frühshoppen dan, nu al pitorro is wat te vroeg… ‘Medalla zal het zijn. Jij? Cola dan?’ ‘Ja.’
Nog geen twee minuten later voeren Jaime en Daphne al een levensbeschouwende dialoog aan tafel. ‘Jezus is mijn held!’ zegt Jaime met stralende ogen: ‘Ik zie hem in de zwerver bij het stoplicht, in de man die mij om eten vraagt, in de natuur.’ ‘Maar dat is toch de schoonheid van het leven,’ zegt Daphne. ‘Dat is het ook! Jezus zegt: ‘Ik ben het leven. Ik ben de weg! Ik ben de liefde.’ Ik glimlach, want ik herken Jaime’s euforie en passie.
Hier in Puerto Rico waan ik me vaak in een paradijs, dat is waar. ‘Ik hou helemaal niet van het instituut Kerk,’ zegt Daphne. ‘Stelletje kolonialen! Heb je die rijkdom daar al eens gezien in Rome van al die machistas,’ zeg ik: ‘Ik was er ooit op tournee met het Glenn Miller Orkest.’ ‘Ach, weet je. Ik ben een rebel. Ze hebben me uit drie verschillende kerken gezet!’ zegt Jaime. Geweldig, dit is een tweelingziel.

reyes2.jpg‘Kom, even wat eten!’ We lopen naar het buffet wat rechts van de bar staat opgesteld. Chicharrón: de gefrituurde varkenskluifjes, waar elke Puerto Ricaan lyrisch van wordt; morcilla, de gekruide bloedworst van rijst; yame een wortel, sandwiches. Dit is slechts de lunch, he. Om me heen kijkend zie ik weer een bekend gezicht. De zanger! Hij kom glimlachend op me af. ‘Gelukkig Nieuwjaar!’ ‘Ja, dit is een reünie!’ roep ik. ‘Deze middag heeft een internationaal tintje!’ hoor ik Roberto door de microfoon zeggen: ‘De Drie Koningen brengen altijd verrassingen. En een van die verrassingen is…’
Ik schiet al in de lach. Die ouwhoer ook! Zie me zelf rechtop staan en het applaus in ontvangst nemen. Ook Daphne en Laura de Holanda worden welkom geheten. Alle blikken gericht op onze tafel. En na drie nummers speel ik mee en dan ook gewoon de hele middag. ‘Te gek,’ zegt Oscar de pianist: ‘Nu weet ik ook hoe het klinkt met trombone!’ En het is ook geweldig met deze fantastische musici. Allemaal die klassieke salsastukken.
Ik moet alleen die punker met zijn zwarte haar en blauwe ogen achter de knoppen even tot de orde roepen. Want ik vraag om meer geluid en geen zang op onze monitors, en wat doet de gek van twintig? Hij houdt een uitgestrekte handpalm voor me. ‘¿Cómo?’ Zeg, dit gebaar moet je niet maken naar mij. Dat betekent ‘afremmen’. ‘Wat hier afgeremd moet worden is het volume en niet iemand met vijf en twintig jaar ervaring in de salsa scene.’
  Hij doet er waarschijnlijk niks mee, maar goed. Mensen gaan al meteen de dansvloer op. Ik bevind me hier in goed gezelschap van cocolos/salseros, die totaal geen last hebben van de tropische bui die nu naar beneden plenst. Iedereen zit droog. ’t Volgende stuk hoef ik niet mee te spelen, dus ik ga uiteraard meteen links naar de bar. Maar ik word op mijn schouder getikt door een vriendelijke jíbaro (een ‘bergbewoner’): ‘Wil jij de lekkerste pitorro van het feest proeven?’

Ja, natuurlijk. ‘Wacht dan even. Die staat namelijk daarginds onder een tafel.’ Dit is de neef van Jaime en een van de organisatoren. Hij komt met een goddelijk glaasje ‘Bergtranen’ aan. Ditmaal, rum met carambola. Zacht, fruitig, zalig. ‘Hoeveel jaar organiseren jullie dit al?’ ‘Ik denk zo’n veertig. Dan komt de hele familie weer bij elkaar.’ ‘En deze locatie is echt professioneel!’ zeg ik.
‘We zitten hier nu twintig jaar. David de kok, die kookt hier al veertig jaar. Vandaar die huldiging!’ HIj kreeg een officiële oorkonde overhandigd. En hij was tot tranen toe ontroerd.  ‘Staan jullie in de rij?’ wordt mij gevraagd. Ik ging zo in mijn pitorro en mijn gesprek op, dat ik niet eens in de gaten heb dat er zich een rij voor en achter ons heeft gevormd voor het warm buffet. Ach, de Puerto Ricaan laat zich zo gemakkelijk in de rij zetten! ‘Nee, hoor, ga jullie gang.’
Komt weer een bekend gezicht glimlachend naar me toe: de jonge trovador Eduardo Villanueva. Hij stelt me voor aan zijn twee dochtertjes, waarvan de één een jongen blijkt te zijn … met lang haar. ‘Ga je nog zingen?’ vraag ik verheugd. Eduardo is een van de bekendste trovadores. Zij improviseren op een tienstrofige rijm, met een pie forzado: het woordje waar de allerlaatste zin op eindigt.
En waar dus de helft van al die zinnen op moet rijmen. De band is intussen van samenstelling veranderd. Kacho speelt gitaar en inderdaad gaat Eduardo nu zingen. De pie forzado blijkt de naam van de gastheer: Jesús Miguel Rosario. Het levert hem ook steeds applaus op van het publiek. Ik sta dan toch inmiddels onbewust in die rij, of ik nou honger heb of niet. En moet lachen om het publiek. Die spelen gewoon pandareta (de traditionele tamboerijn) met hun bord, totaal niet bewust.

reyes3.jpgEr is hier net zoveel muziek als eten! De gehuldigde kok serveert me een stuk lechón, speen varken. Ik ben niet zo’n varkensvleesmens, maar het hele Puerto Ricaanse kerstdiner draait om het zwijn. ‘Geef me een beetje ‘cuero’.’ Dat goud krokant gebakken korstje mag ik toch graag hebben. Krijg er toch nog flink wat vlees bij. Ja, die indruk wek ik natuurlijk met mijn figuur. Rijst met gandules, een soort peulvrucht y ya. Aan tafel.
Er schiet plotseling wat langs me heen, onder de tafel. Een verwarde leguaan, gifgroen van een meter kijkt om zich heen. Een prachtig beest! Ik kijk naar Daphne en Laura tegenover me, want wat er door mijn hoofd flitst gebeurt ook tien seconden later. Een ijselijke gil! Die twee springen op van tafel. Mensen deinzen achteruit, kijken verschrikt. Ik lig in een deuk. Grijp mijn camera. Waar is ie?
Meteen ook twee mannen in de buurt. Totale toestand! Ik til het tafellaken van de ander tafel omhoog. Ja! Maar hup, die vent er al bij. ‘Wacht nou toch even, man!’ Niks ervan! Als een jagertrofee, wordt de ‘stokkip’ zoals ze hem hier noemen, aan zijn staart onder de tafel uitgetrokken. En een prachtig groene draak wordt vakkundig van het feestgezelschap verwijderd en terug naar de natuur gebracht.
Roberto achter de microfoon hoor ik nog een opmerking maken. Bel ondertussen dan maar even met Paquita in San Lorenzo. Wordt daar doorverbonden naar een familielid die mij heel goed de weg kan uitleggen naar het volgende feest. Daphne en Laura zijn inmiddels in gesprek met een Argentijn. En ze krijgen meteen bijval van zijn echtgenote als ze zeggen dat die Argentijnse mannen vrouwen zo lastig kunnen vallen. ‘Zie je wel!’.

‘En op het moment dat ze even naar het toilet gaat, begon hij totaal ongegeneerd met ons te flirten!’ zegt ze verbaasd in de auto op weg naar San Lorenzo. De zeldzame bewegwijzering stuurt ons door de heuvels. ‘Word je nog niet misselijk achterin, Laura?’ ‘Nee, het gaat wel. Maar we zijn kapot!’ ‘Haaa, jullie hebben gewoon even een after dinerdip. ‘ Ik laat de ramen zakken.
‘’k Zal de radio uitzetten en dan hoor je nu hoe de natuur bedoeld is.’ Een koor van coquitjes begeleidt ons. Ko-kie, de pikdonkere bergweg zindert van geluid. En tien minuten later meen ik dat ik het herken. Warempel, ja, een grote vlag boven de weg: ‘Bienvenidos a San Lorenzo’ We komen natuurlijk op een totaal ander punt uit, dan waar ik gedacht had. Maar we bellen heel Puerto Ricaans, maar weer even op.
En met een personal guide vanaf de feestlocatie worden we vijftien minuten lang de heuvels op- en afgestuurd ‘Wat een geweldige uitvinding die mobiele telefoon!’…. ‘Wat heb je voor een auto?’ En ik kijk zomaar links omhoog op het balkon van een huis in het pikkedonker! Dat is hem! De jongen die ik aan de lijn heb! Gedverdemme, ik voelde het gewoon. Er zijn hier meer krachten aan het werk, dat weet ik ook al. Dus hup, die trombone uit de achterbak en het hek naar binnen, een trap op. Ik hoor al muziek en we komen op het achterbalkon van de oude buren van Paquita uit.
‘Snel, pak je trombone.’ Ik groet haar schoonbroer, haar zusje die mijn kapster is en altijd mijn haar gratis knipt (‘Ik sponsor artiesten’). He, een accordeonist, wat leuk, guïro, gitaar. Man, dit is een echte parranda. Ze zijn volop aan de gang. Maar wat is dat voor een liedje? Ik hoor even later dat deze familie eigen liedjes heeft. En dat refrein kent dan ook elk familielid, want ze zingen het luidkeels mee.
‘May, wil je wat eten?’ Haaaaa! Laat ik maar eerst wat drinken, om de gastvrouw niet tegen het hoofd te stoten. Maar wat? Er staan weer verschillende soorten flessen met vruchtjes, een fles coquito, de cocospunch die altijd met Kerst gedronken wordt , gewoon Don Q rum ook. ‘Water. Is er hier ook water?’ ‘Water?’ herhaalt een familielid met grote ogen.’Ja, ik haal wel even wat’, zegt de man.

En gevoelig voor sferen als ik ben, vraag ik dan toch maar naar zijn favoriete pitorro. ‘Deze, van ananas’. ‘Laat proeven… goddelijk.’ Al snel word ik weer geroepen door een Italiaanse maffioso van zeventig die een gitaar vasthoudt en zegt dat ie Franse voorouders heeft: Natar en een vriendelijke tuinkabouter van dezelfde leeftijd.
Of ik het Nationale Volkslied wil spelen van San Lorenzo. Zo ver gaan ze hier. San Lorenzo als navel van de wereld. ‘Zing het even.’ Maar mijn aanwezigheid jaagt het testosteron van beide heren zo de hoogte in, dat er niemand zingt. ‘Zing!’ commandeer ik tevergeefs: ‘Als ik een kerel was geweest dan zongen ze het wel even!’
Daar moeten een paar tantes erg om lachen. Ik blijk een verpletterende indruk achter te laten met mijn vertolking van het ‘nationale volkslied’ van San Lorenzo. ‘U bent een echte maestra! Ja, dat hoor je meteen!’ Moet overal handen schudden. Ook van de cuatrospeler, een magere enigszins simpele ziel. Hij verontschuldigt zich prompt dat hij geen kans heeft gekregen om muziek te studeren. En is nu terug uit Boston.
‘Ik woon daar sinds mijn zestiende. Ik moest vertrekken hier. Mijn vriendin toen, was dertien en werd zwanger.’ ‘Wat?’ ‘Maar ja, ze respecteerde mij niet, nooit gedaan. Mijn familie hier heeft allemaal vastgoed. Zijn vanaf de grond aan begonnen.’ ‘En jouw kind?’ ‘Die is nu 38. Ik ben 54.’ Het is niet te geloven ook zo’n verhaal alweer!

Opeens staat er een handsome, vlotte vent naast me met een zonnebril: ‘Voor jou! Cadeautje.’ Ik kijk hem verbaasd aan: ‘Ik zie het leven altijd zonnig tegemoet! Ik ben helemaal niet zo’n zwartkijker!’ Edoch, laat ook deze professional zich niet uit het veld slaan. ‘Kijk eens of ie past?’ En hij zet hem al op mijn neus. ‘Wil je het aannemen? Het is tenslotte Drie Koningen, dan krijg je cadeautjes.’
Nu krijg ik elke dag al cadeautjes. Die kosten niks: een fluitende pitirre, het uitzicht op de Atlantische Oceaan. Maar dat kan ik deze Richard Gere onmogelijk uitleggen. Oké. Ik krijg een drankje van de tuinkabouter. ‘Weet je, je bent hyper! Dat ben ik ook. Mijn vrouw kon mijn tempo nooit bijbenen. Die zei altijd, doe toch eens wat rustig aan. Maar zo zijn wij. Volgens mij heb je ook een hoog IQ! Ik zou graag je vriend willen zijn.’
‘128’ zeg ik tegen hem, terwijl ik me omdraai naar Daphne en Laura, die helemaal opgetogen naar me toe komen. ‘Kijk eens wat wij gekregen hebben! Een sjaal!’ en Daphne vouwt hem uit. ‘En een muts voor als het koud is.’
Een sjaal en een muts?’ Ik val van de ene verbazing in de andere. ‘Voor als we weer terug in Nederland zijn. Die meneer is ook zo aardig en wil ons in San Juan afzetten.’ Wat moet ik hier nu weer van denken. Maar ja, ik heb nog een parranda te gaan en die meiden zijn kapot.
‘Oké, dat is hartstikke fijn!’ Ik kijk op mijn klok: negen uur. En bel John, die mij natuurlijk niet hoort. Maar wel tien minuten later terugbelt. ‘Ah, May, ze gaan de parranda om elf uur houden, in Dorado,’ zegt hij al spijtig. Dat is aan de andere kant van San Juan.
‘Dat is niet erg , John. Dat is me te laat en veel te ver weg.’ ‘Ja, dat zei ik ook al.’ ‘Maar heel erg leuk dat je aan me gedacht hebt. Bel me gewoon weer op, als je een trombonist nodig hebt, voor een optreden. En die parranda doen we nog wel een keer voordat de Ocativitas voorbij zijn.

Ook in het kader van het grootste nut!’ Godzijdank! ‘Moet je niet wat eten, May?’ vraagt Paquita. ‘Een tembleque?’ Oh, ja, zo’n goddelijke kokosmaizenapuddinkje. Daar kom ik wel mee thuis na dertien uur parranda. Ik pak het kersttoetje, mijn trombone en groet iedereen. En ik buzz op mijn lippen, terwijl ik de trap af ga ‘Vamonooooos, vamonooooos, Vamonos, que la fiesta se acabó.’ Laten we gaan, want het feest is afgelopen. Uitgezwaaid door weer een andere glimlachende Puerto Ricaanse familie, waar ik een etmaal lang onderdeel van uitmaakte.

meer foto's op  May Peters' Facebook pagina

 
< Vorige   Volgende >