Nieuwsbrief

Schrijf u in voor de nieuwsbrief.







colofoncontactadverteerdersabonnement

Een Santeria verjaardagsfeest Afdrukken E-mail
Geschreven door May Peters   
Tuesday 20 January 2009

santeria1.jpgIn december 2006 nodigde mijn toenmalige buurvrouw Baby mij uit voor een santería-verjaardag ergens in Guaynabo. Zij was een santera. En nu, twee jaar later, zou ik er, zonder dat ik dat van te voren verzin, weer zijn, op precies dezelfde plaats. De congero van destijds, Victor Lopez, is een vriend van me. En dus belde hij me op.

© tekst & foto's May Peters

‘Oh, ja, doe niks zwarts aan.’
‘Ik heb een rode broek aan, maar met een zwart topje.’
Ik riskeerde maar niks en deed een wit hemdje aan. Wit komt me toch zo goed van pas bij alle inheemse rituelen hier. Nu had ik de kleuren aan van Changó, de God van vuur, donder en bliksem! Rood is mijn lievelingskleur. Zou dit dat ‘mijn god’ kunnen zijn…?
Ik citeer even de website www.santeriareligion101.com: ‘Changó wordt op 4 december vereerd en de katholieken maken er Sint Barbara van. Hij heeft passie en vruchtbaarheid. Staat bekend om zijn grote kracht en verpletterende schoonheid en wijsheid.’
Misschien is hij het wel?
‘En hij is een heks! En een flirt en een vrouwenversierder.’ Neeee… Ik word wel hoe langer hoe beter in mijn telepathische gaven…
‘Maar ook erg charmant en gul…’ Nou, het zou best eens kunnen…

Victor staat ons buiten op te wachten. De andere muzikanten zijn er nog niet. Ondertussen vertelt hij dat we een verjaardag van het doopfeest gaan bijwonen. Niet een gewone verjaardag. Hier wordt de ceremonie gevierd dat de gastheer zich tot de Santería liet dopen.
‘Je moet dan een jaar in het wit gekleed gaan.’
‘Dat meen je niet!’ roep ik uit.
‘Ja, en zeven dagen moet je een dieet volgen,’ zegt Victor.
‘Ja, gezondheid is het belangrijkste. Ze hebben drie delen, de dood van de mens, de geest van de mens en de heilige.’
‘Hoe weet je nou welke Santo de jouwe is?’ vraag ik.
‘Dat zegt een Priester. Die bepaalt aan de hand van je geboorte, je karakter, je smaken jouw god!’

Terwijl wij onder een gigantische Jacaranda, een soort Caribische eik, wachten, verschijnen er steeds meer gasten. Al die mensen in het wit gaan natuurlijk naar het feest. Ze groeten ons vriendelijk. De kleuren van Obatalá.
‘Met hoeveel man spelen jullie?’ vraag ik Victor.
‘Met zijn drieën. Ik speel chékere. Normaal hebben we er drie chékeres. Jij hebt er geen in de auto liggen? ’ vraagt hij Gryssel.
‘Nee, wel een guaracho, die Puertoricaanse rasp,’ zegt zij lachend. Maar nee, dit is een Afrikaans ritueel, daar passen geen Indianeninstrumenten bij.
‘Er komt een congero en een campanero (deze ‘campana’ is geen koebel, maar een ‘chapi’, zeggen ze in Curaçao: een hak. Een stuk schoffel, zou mijn vader zeggen.)
‘Het is een soort rozenkrans. De 21 verzen van de 21 goden met een vaste volgorde. Net zoiets in de Katholieke kerk dus,’ zegt Victor.

Als we het huis binnengaan, worden we allerhartelijkst verwelkomd door de gastheer in het wit. Ja, ik ken hem nog van twee jaar geleden. Een blanke man met een baard, stevig postuur. Buiten op een smal pad omringd met tropisch groen, een lange tafel met vier koelboxen eronder vol bier, frisdrank en nu komt het: cava, Chileense Chardonay en Merlot. Op de tafel staan rum, whisky en wodka!
De hoeveelheid goede drank valt me op, net als de vorige keer. En ik moet zeggen, dit is toch een veel aangenamere manier om een rozenkrans te bidden dan in een ijskoude Limburgse kerk met de wierook in mijn longen. Binnen in de hoek van de kamer is een prachtige altaar gemaakt met de zeven Potencias, in hun eigen kleuren en de offers.
Yemayá de godin van de zee bijvoorbeeld, staat te midden van ananassen, appels, papaya’s en carambola’s. Veel kaarsen in verschillende kleuren en bakjes water. Dat water is net zoals bij de Katholieken belangrijk. Net als dat eten! Ach, daarom voel ik me hier zo thuis, natuurlijk... Ik groet de gastvrouw. En ik bejubel de pracht van al die kleuren en geschenken. Ze vertelt me dat Ochún nog meer honing wilde. Val natuurlijk meteen van mijn geloof van verbazing.
‘Hoe weet u dat?’
‘Kijk, ik heb deze vijf kokosdekseltjes net op de grond gegooid. (het kapje van een kokosnoot). Ik vroeg of alles naar wens was. Maar drie kantjes liggen op de kop’. (bruin).
‘Dat betekent dus dat ze meer honing wil…?’ vraag ik met grote ogen.
‘Ja,’ zegt ze vastberaden.
‘Aaaaaahhh…natuurlijk!’
De muzikanten stellen zich op en een grote donkere jongen begint te zingen. De gasten antwoorden. De tekst komt me warempel bekend voor: ‘Elegua’, ‘elegua’. Veel verzen zijn gebruikt in de salsamuziek. Ik denk aan een goede vriendin van me Yma América, die ook prachtig Yoruba kon zingen. We speelden met haar band Kimbiza een nummer wat ‘Lucumí’ heette.
En dan Bata Cumbele, de legendarische Puertoricaanse salsaformatie waarin mijn maatje Jimmy Rivera speelde, had heel veel Yoruba-teksten. Natuurlijk: el bata is de Heilige Afrikaanse trommel. Het moge duidelijk zijn dat er geen salsa was zonder de Yorubas.
De zanger torent boven al die mensen uit en zijn negroïde stem klinkt tot op straat. Heerlijk! Hij kon zo op de markt gaan staan. Na een half uurtje hebben ze pauze. Uitgebreide schalen met tacochips en ik zie zelfs een groene smeerkaas. Er staat een mandje op de grond waar gasten geld in doen.
Dat contact met de aarde is belangrijk. Ik herinner me nog de optredens met salsamusici in Europa. Steeds als er een fles rum geopend werd, schonk men iets op de grond. ‘voor de goden’. Ik vond dat natuurlijk zonde, maar goed. Zo houd je ze wel tevreden...

Om half tien gaan ze verder met het tweede deel in de andere kamer. Men gooit een plasje water op de grond. Goed kijken wat ze doen. Ja, het is precies het wijwaterritueel in de kerk. Mensen deppen hun vingers in het water. Maken geen kruisteken, nee, maar raken gewoon even hun hoofd aan. Ik ook.
Daarna gaat iedereen in de rij voor een ‘polonaise’. ¿Cómo? Maar goed, gewoon dansend vooruit op de zesachtste maat. Het kan. Ik hoef niet de schouders van de man voor me aan te raken. Zo erg is het niet. Victor gebaart naar mij. Hij wijst met zijn hoofd naar rechts, van ‘kom hier’. Ik kijk maar zie alleen een chékere liggen.
‘Wat moet ik?’
‘Je moet naar voren!’ zegt Gryssel. Ik voel me toch niet persoon om een solodans uit te voeren! Maar loop braaf naar Victor, in de hoek.
‘Pak die chékere en speel.’ Nu heb ik altijd al een diep respect gehad voor Afrikaanse trommels. En ik weet ook hoe de Latino’s met hun percussionisten omgaan, als goden. Cachete Maldonado, Antony Carillo, al deze helden groeten me (belden me zelfs op om een afspraak met mij alleen in 1994. Het zal weer eens niet.).
‘Wat moet ik doen?’ vraag ik.
‘Jij bent muzikant! Speel!’ zegt Victor al chapi spelend. Nou, goed. Meteen in contact met het universum treden! En nog net zien dat Gryssel in een deuk ligt om mijn grimassen…

Na het beëindigen van de dans is er pauze. De televisie staat gewoon aan en kleine kinderen rennen in het rond. Warm buffet weer, ongelofelijk. Mensen weer in de rij met plastic bordjes en plastic bestek voor de rijst en gandules, en rijst met stokvis. In het derde gedeelte stelt het publiek zich op in twee rijen.
santeria2.jpgHier tussen voeren verschillende mannen een solodans uit, van voor tot achteren. Luid applaus valt hun ten deel als ze weer terug zijn. De dans is bedoeld om je te bevrijden. Vaak raken mensen in trance. Ik heb het wel eens bij een Cubaanse vriend van mij gezien: Jorge Martínez die een rumba dans uitvoerde (tijdens onze Tía Maria tour in Nederland).
De hele ceremonie is rond middernacht afgelopen. En iedereen krijgt plastic zakken om iets van de offers mee te nemen. Een ananas neem ik dan en zo’n goddelijk roodglimmende appel (overgevlogen uit California). Victor zegt tegen me dat ik me op de allerlaatste kruising bij mijn huis moet reinigen.
Reinigen met die appel? Appelmoes maken en me dan insmeren…? (geen idee). Nee, ik moet de appel langs mijn lichaam, over mijn hoofd laten gaan en dan over mijn schouder weggooien. Hij heeft dan alle kwaaie geesten geabsorbeerd… zo, alsjeblieft. Nou, die appel heb ik natuurlijk ’s anderdaags heerlijk opgegeten en heb Yemayá haar werk laten doen toen ik de golven indook van de Atlantische Oceaan, de eerste kruising rechtsaf, bij mij hier om de hoek.


Wat is Santería?
Santería is een religie die zijn oorsprong vindt in de Yorubastam in Benin – Afrika. Het is het gebied langs de rivier de Niger dat men tegenwoordig kent als Nigeria. Tussen 1820 en 1840 waren de meeste slaven Yorubas, de Lucumís (‘oluku mi’ betekent ‘mijn vriend’).
Deze slaven werden naar de Cariben en Brazilië gebracht om op suikerrietplantages te werken. De Spaanse wetgeving die de slavenhandel goedkeurde, probeerde de handel en het onrecht dat ermee gepaard ging, enigszins te verzachten door slaven enkele rechten te geven, op zijn minst in theorie. Ze hadden daarom recht op privé-bezit, huwelijk en persoonlijke veiligheid.
Maar ook eiste deze wet dat de slaven katholiek gedoopt werden als voorwaarde om legaal West Indië binnen te komen. In pogingen hun Afrikaanse religie en de magische praktijken voor de katholieken te verbergen, identificeerden de Lucumís hun Afrikaanse goden (Orishas) met Heiligen van de Katholieke Kerk. Het resultaat is een religieus sincretisme dat men de Santería noemt.
 
< Vorige   Volgende >