| Fiestas de San Sebastian |
|
|
| Geschreven door May Peters | |
| Monday 24 January 2011 | |
De Fiestas de la calle de San Sebastián zijn de gran finale van de Kerstperiode in Puerto Rico. Deze optocht over één straat in Oud San Juan, namelijk de calle de San Sebastián wordt gehouden ter ere van de patroonsheilige: Sint Sebastiaan.
De Fiestas hebben een religieuze oorsprong en zijn een idee van het volk. De Katholieke Kerk gedenkt op 20 januari de Heilige Sebastiaan. San Sebastián was een martelaar afkomstig uit Narboa Gallilea en gaf zijn leven voor het Christelijk geloof. Tijdens de vervolging van christenen bracht hij hun voedsel en bood troost aan de gelovigen die gevangen gehouden werden. De regering veroordeelde hem hier voor ter dood, door middel van zweepslagen.
38 Jaar geleden kwamen buren en vrienden bij elkaar in het huis van doña Rafaela Balladares de Brito in de Calle San Sebastián, met als doel de feesten nieuw leven in te blazen, die Pater Madrazo, van de parochie San José, in die straat vierde in de jaren ‘50. Vanaf zes uur ‘s ochtends bracht een groep muzikanten een reveille door de middeleeuwse straten van Oud San, om de viering aan te kondigen. Zo’n groep bestond uit een pandero (een pandareta bespeler: Puerto Ricaanse tambourijn) een trommel,klarinet, trompet en trombone. ‘Pablo, ik ga niet mee. Moet veel te veel lezen. Je ziet me zaterdag,’ schreef ik op de openingsavond donderdag 13 januari. De amateur plena-band Son de Pandero, kan mij wel missen. Ik had de avond ervoor net het bekroonde boek van professor Quintero gekocht ’Salsa,sabor y control’ en dat wil ik uit hebben, als hij uit Colombia terug is, volgende week. De jongens van onze plena-band hadden een tekst bedacht op de repetitieavond dinsdag. Eerst werd vergaderd. Dat vinden Puerto Ricanen altijd leuk, veel wauwelen en in lange rijen staan.
Michael de trombonist is een jonge mulato, die natuurlijk klassiek trombone studeert aan het Conservatorium . ‘Waarom studeer je geen trombone Jazz en Caribische muziek?’ vraag ik. Blijf toch pleiten voor mijn vorige baan. ’Ik heb nog veel techniek nodig,’zegt hij. Ik zucht. Wat een onwetendheid toch alweer. ‘Maar je krijgt het allebei! Techniek, klassieke muziek én jazz, plus jullie eigen muziek.’ ‘Het is niet dat ik niet van mijn eigen muziek houd. Juist veel. Maar ach. Ik vind het ook wel leuk, klassiek.’ Hij heeft niet genoeg lucht, hoor ik. Maar wel de tekst zo meezingen, hup. Je moet niet alleen 'vloeibaar' Spaans spreken, maar in staat zijn de woorden met verkeerde klemtonen uit te spreken, zodat ze toch nog met zijn twaalven in een zin passen. Michael begint meteen plena te dansen en dat doet ie erg goed! Ook daarin blijft mijn brein ergens haken, net zoals mijn rechtervoet in mijn sandaal. Loos, hup! Luis heeft T-shirts laten drukken, met het logo van zijn bar achterop en deelt die uit. ‘Weet je zeker dat Large je past?’ zegt Pablo terwijl hij mijn hartstreek inschat. ‘Jahaaaa’. Ik haat die t- shirts, maar goed, wil ik een worden met mijn overzeese broeders dan maar een unisex wit geval aan, waar geen enkele snit in zit voor al die vormen van mij. ‘Jongens, ik ga, he.’ ‘’Wil je nog een Coors?’’…. ooooh, vraag zulke dingen toch niet aan me, Pablo! Je weet dat ik geen nee kan zeggen!.’ Pablo glimlacht: ‘Ik ken jou!’ En zo zie ik toch weer de zin in van een ‘repetitie’, een samenhorigheidsgevoel. Lichaam en bloed van Christus. ‘Salud’. Dus donderdagmiddag om 13 uur gaat de telefoon. ‘Met radioprogramma Oro special. Ik ben op zoek naar May Peters, van Son de Pandero voor een interview.’… Het nummer herken ik niet, maar wel de stem. ‘Ja, Pablo, ouwhoer.’ ‘Kijk, ik begrijp wel dat je hier bent voor je onderzoek, maar ik zou het heel erg leuk vinden als je met ons mee zou doen.’ ‘Ik kom wel naar de repetitie met Manny Fuentes vanavond.’ ‘Nee, die gaat niet door. We spelen gewoon op de opening om 17 uur.’ ‘Dus wat wij gaan spelen met de hoofdact, doen we even ter plekke.’ ’Ja.’ ‘Aaaah, dan zou ik daarna nog kunnen studeren….’zei ze nog. ‘Nou, ja, jou kennende denk ik niet dat jij nog iets gaat lezen vanavond.’ Nondedjuu. Ik ben nota bene hier ben om de culturele identiteit te onderzoeken. En ik ben nu eenmaal zo’n mens die dat wilt beleven! En dan erover schrijven. ‘Okay, okay, waar moeten we zijn op de Calle San Sebastián?’… Ik denk nog aan 2007, toen ik met Elías Lopés op dat grote podium speelde. Wij konden toen onder politiebegeleiding er zo naar toe rijden. Eliás is behoorlijk ziek geweest en nu speelt het orkest niet (crisistijd), laat staan dat ik een politieagent kan vinden die me ernaar toe brengt. Maar dan hebben we altijd nog onze visualisatie. ‘Ik vind een parkeerplaats.’ Ik word al echt goed in mijn goedaardige ‘brujería’. Van mijn plek naar de oude stad is vier kilometer. In de tropenzon net te ver om te lopen met een trombone om je nek op een paar sandalen. Bij het Capitolio, het Gouvernementsgebouw staat het muurvast. Maar ach, ik luister naar Z93… En rijd even verderop links naar beneden. Laat die sjofele figuren maar naar een lege parkeerplaats wijzen. En dan zeker nog geld menen te beuren, terwijl ik hier vanavond voor niks speel. Ik vind een lege plek, zonder ‘bewaker’…Moet ik mijn trombone nu al uitpakken en mijn gigbag in de auto laten liggen? Ik bedoel als hier iemand ervaring heeft in het meetrekken met de optocht…. Sinds mijn vijfde levensjaar trok ik met mijn vader voor de eerste keer mee in de Limburgse carnavalsoptocht. Want waar laat je je koffer bij een straatevenement? Ik neem toch maar mijn gigbag mee. Er is hier namelijk voor alles altijd een oplossing. Kijk, daar wordt men ook zo Caribisch flexibel van.Tien minuten heb ik met dat klamme t-shirt de Spaanse keien beklommen en zie ik een glunderende Pablo bij het podium boven. De trombonist van de band die er speelt ken ik toch? Klinkt hartstikke goed, deze plenaband. En ik maak een foto voor zijn Facebookpagina. Burgemeester Santini houdt een welkoms-toespraak. De drie jeugdige missen, een dochter van hem en twee teenagers, keurig met kroontje en lint, de hand op de heup en dat ene been weer voor het andere. Nou, ik haal een halfkoude Medalla uit mijn tas. Het is tenslotte feest. Het valt me wel op dat er hier niemand bier in zijn handen heeft, behalve dan de Limburgse carnavalist. Ik weet dat er in de wet staat dat je niet met alcohol op straat mag. Wel met revolvers, maar alchohol… Ik kijk naar de politieagent. Niks. ‘Pablo, weet je waar ik mijn trombonetas kwijt kan?’ ’Dat weet Luis.’ Dat zegt de ware Puerto Ricaan. ‘Luis, kan jij mijn tas ergens kwijt?’’Je zei net dat je die meenam!’ zegt onze pandero. ‘¿Estás loco?’vraag ik terwijl ik wijs op een tas van anderhalve meter lang. Ik versta er ook geen juu van.
Maar goed, Luis neemt mijn tas en brengt die snel naar de bar: ‘We moeten zo.’ Ach, dat zal wel meevallen. Terwijl ik me dan toch bijna weer verslik in mijn halflauwe bier, omdat, stel je toch voor, als we moeten spelen… De steltlopers toren hoog uit boven het inmiddels toegestroomde volk. Fotografen verdringen zich om de poppen van papiermaché. Een fotograaf van El Nuevo Día knikt naar me. Ik kom hem overal tegen. ( we stonden in de zelfde loop bij de Día Nacional de la Salsa in 2009, rood te verbranden.) Tien minuten later vertrekken we. Ja, vertrekken is eigenlijk het verkeerde woord. De meute komt in beweging. Ik hoor ‘Ahí , na ma’. Dus zo geven ze dat aan. Gewoon inzetten. Waar komen die mensen ineens allemaal vandaan? Ik heb nauwelijks plaats om te schuiven. Dan maar op zijn ‘carnavals’ de lucht in. En meteen beginnen ze weer allemaal te zingen ´ se acabó…. El vacilón.’ En de jongens maken hier weer een plena variant van. Ik schiet in de lach. Komen wij hier nog weg? De lol is nog lang niet afgelopen. Na een kwartier wel, ja. Terwijl ik mijn biertje op de hoek opdrink kijk ik naar het oudje wat in de deur van haar huis op een rolater zit en het geheel aanschouwt. Komt ineens een man naar mij toegelopen. Een oudere heer, snor, gestreept shirt. ‘Holaaaa!’ Ik schiet in de lach. ‘Politoooo! ‘’Kom even binnen. Ik woon hier’, en wijst naar het huis waar de vrouw zit. Hoe is het nou toch weer mogelijk? Polito Huerta, de bassist op alle legendarische opnamens van Eddie Palmieri. Ik ken hem sinds mijn eerste jaar 1994. ‘Kom binnen, maestra!’ En ik treed de kleine woning binnen, waar nog mooi de kerstboom staat. Hij pakt meteen zijn contrabas, uit een hoek en begint ‘Autumn Leaves’ te spelen. Mijn telefoon gaat. Ik stap even naar buiten en roep naar de overkant waar Pablo staat: ‘Ik ben hier’. Hup, Pablo ook de straat over en het huis in van onze grootmeester. ‘Pablo Rhebein- Polito Huerta’. Polito stelt ons vervolgens aan zijn 94 –jarige moeder voor. Ik schud nog steeds mijn hoofd om zoveel onverwachte ontmoetingen. En omdat ik nu toch geloof in de tekenen van het universum, heb ik besloten om hier te blijven met mijn journalistenvisum, tot oktober 2014. En ik begin aan mijn tweede boek, want wat er daarna allemaal gebeurt kan ik de internetprovider van Caribe Magazine niet aan doen. |
| < Vorige | Volgende > |
|---|