|
'Waar was je , María? Ik heb je twee keer omgeroepen,' zegt de stewardess van American Aegle op het vliegveld van San Juan, Puerto Rico. Op een toon van niks aan de hand, het volgende vliegtuig vertrekt over drie uur. Maria zat dus met de oorfilters in d'r oren Con Una Sonrisa (met een glimlach) voor 'Da Jazz in Me' in St Maarten te arrangeren bij Gate 11A, dus niet Gate 16. 11A stond groot gedrukt op het ticket. Stoel 11 A op de vlucht van 10.15uur bleef dus leeg.
Ik heb het omroepbericht echt niet gehoord. Terwijl ik wel een oogje op de balie hield, hoor, waar trouwens niks gebeurde. Het was mij inderdaad wel opgevallen dat ik niet de nachtzwarte mensen zag, die ik normaliter om mij heen zie zitten naar niet-Latijns-Caribische eilanden. Altijd op de kleine lettertjes letten.
Het is inmiddels ook al een half jaar geleden dat ik een ticket in handen had, waar met grote letters altijd het gatenummer vermeld staan. MAAR NIET IN PUERTO RICO. Daar staat dat heel klein vermeld. Drie uur later en een brief aan Nederland verder nam ik het volgende vliegtuig.
Ik zag een bassist hetzelfde toestel inlopen. Was dat niet, eh? Een knappe donkere man, met de ondeugd van Eddie Murphy. Dus vroeg ik hem even later: 'Jij speelt in St. Maarten, he?' 'Yes.' 'Hoe heet je ook al weer ?' 'Winston Maccow.' 'Zie je wel!' ‘Dat is Anthony Steel, de drummer,' en hij stelde me aan zijn buurman voor.
Kwam het warempel toch weer goed. Zoals het altijd goed komt in de Cariben! Als Europeaan wil ik alleen altijd weten: wanneer. ¿Cuándo, cuándo, cuáaaando? En daar ga je de fout in! Onze twee musici uit Boston en ik op dezelfde vlucht voor het mega Jazzproject van pianiste en componiste Anastacia Larmonie. Deze grande dame du jazz en muziekpedagoog op St. Maarten was al maanden samen met een comité in de weer om 'Da Jazz in Me' te realiseren op het friendly island.
En daarvoor werden we van alle kanten ingevlogen met als voornaamste doel: de lokale musici en bevolking warm te maken voor Jazz en te motiveren door middel van workshops, repetities en het grote concert zaterdagavond.
Vijftig minuten vliegen van Puerto Rico kon ik heerlijk Frans stokbrood met echte, heel echte boter eten en onze Hollandse kaas! Die smaken kun je niet proeven op Puerto Rico. En ik vind het leuk om Nederlanders te zien. St. Maarten is een totaal ander eiland dan de Spaans sprekende Caribische eilanden. Een mix van Franse, Nederlandse en Afrikaanse cultuur.
Alle lof voor Anastacia die per nacht drie uur sliep en om vier uur opstond om te mediteren! Dat is nog eens wat anders dan de meeste mannen op het eiland. Die staan waarschijnlijk ook om vier uur op en gaan dan naar huis... We repeteerden in het huis van de componiste met uitzicht over de heuvels. En werkten een hele week samen met de beide koren van Anastacia en lokale musici in de kleine ruimte die voor een sauna-effect zorgen.
Heel gezond. Zo konden we ook elke dag met een schoon geweten uitgebreid van de Creoolse catering genieten. Het concert zaterdag was een succes in een volle Sonesta Maho Convention Hall. Zondagmiddag moest ik helaas terug naar Puerto Rico, want maandagochtend werd ik om 9 uur verwacht in de Botanische Tuin in Río Piedras om muziekles te geven aan de jongste lichting Puertoricanen: de vier - tot tienjarigen.
Dus ik betreurde het zeer dat ik niet langer kon blijven. Temeer omdat ik van alle kanten uitnodigingen kreeg om ´s zondags mee te gaan naar Anguila, een klein Brits Maagdeneilandje waar local musicians Alex en Fred altijd spelen. Darren Barret, de trompettist en docent aan het Berkeley College of Music en ik werden zondagmiddag om 1 uur weggebracht naar het vliegveld door zijn oude studiegenoot en maatje op St. Maarten, altsaxofonist Connis.
Eenmaal aan de balie werd mij echter verteld dat de vlucht naar San Juan gecanceld was. Gewoon helemaal geen vlucht vandaag naar La Isla del Encanto. De enige mogelijkheid was de volgende ochtend de vlucht te nemen van 7 uur. Dan zou ik om 8 uur in San Juan zijn. In godsnaam dan maar. Alvorens terug te vliegen naar Boston belde Darren Winston op.
Er bestaan wel degelijk 'caballeros' op niet-Latijnse eilanden. Winston kwam me een half uur later halen en bracht me weer terug naar ons droomhuis op de heuvels, het schitterende landhuis van mrs Fleming. 'Okay, Winston, waar is die jamsessie in Anguila?' 'Oh, op het strand. Wil jij daar naar toe?'
'Ik moet. Ik heb zo'n gevoel dat deze vlucht niet voor niks gecanceld is.' Ik en mijn brujería! Nadat ik nog wat verhalen aanhoor dat de vrouwen hem maar bleven bellen, onze Eddy Murphy, en hij me tot slot zelf nog even in mijn been kneep, racete hij naar de Franse zijde. Hij is op St. Maarten geboren, die racen allemaal en slapen 's nachts ook te weinig.
Over een kwartier vertrok een veer naar Anguila. Aan de repetities van het jubileumconcert van la Sonora Ponceña in Puerto Rico, de week ervoor, had ik een lelijke hoest overgehouden. Om mijn trombonesolo te spelen moest ik naar het Coliseo Roberto Clemente in Hato Rey, dat een ijskast is, zonder de vierduizend man die er zaterdag zouden zijn.
En nu een week later begon mijn keel weer te kriebelen. De tranen sprongen in mijn ogen en ik dacht dat ik stikte. Maar ik had een ticket gekocht voor $20,- en $5,- taxes betaald. Ik moest en zou naar Anguila gaan. Het veer bood plaats aan 65 personen, maar was voor eenvierde gevuld. Het was ook al laat, kwart over twee. De reis zou drie kwartier duren.
Ay, ik bleef maar hoesten, verschrikkelijk. Tot een blonde mevrouw voor me zich omdraaide en me glimlachend een snoepje aanbood. 'Oh, thank you so much.' Wat lief, toch. Het ging beter, mijn longen bleven rustig en mijn keel kalmeerde in tegenstelling tot de zee. De veerman sloot alle ramen om te verhinderen dat de Caribische Zee ons allemaal kletsnat zou spatten.
Eenmaal door de douane - 'hoeveel dagen verblijft u op het eiland?', 'vier uur'- stond ik in ene buiten in de knallende zon. Ik verwachtte aan mijn rechterhand wel het strand te zien. Maar ben je gek! Daar stonden taxichauffeurs. 'Taxi, ma'm?'
'Weet u misschien waar die jamsession is? Die zou hier op het strand zijn.'
‘Nou, we hebben nogal wat stranden. Weet u geen naam?'
'No.'
‘Misschien is het hier aan de noordkant.'
Hij gaf me een kaart. 'U bent hier aangekomen: Blowing Point (die naam ook!) en waarschijnlijk is het op Road Bay, aan de overkant.'
'Kan ik dat lopen?' moest even al die stress van de gecancelde vlucht van me aflopen. Maar zoiets moet je nooit aan Caribische bewoners vragen. Die lopen niet.
'Well, een uur lopen?' Maar hij had geen idee. Dan heb ik nog drie uur.. Diós mío, maar ik begaf me op pad. Het eiland was veel groter dan Winston het mij had voorgeschilderd. Wat een waanidee ook alweer om hiernaar toe te komen, zonder een naam van die tent. Kon Connis ook niet bellen, want mijn Puertoricaanse telefoon deed het hier niet.
Een grijze verzengende streep tekende zich in af in de prairie. In de verte weerkaatste de hemel op het asfalt wat leek te dampen. Het zweet gutste over mijn lijf. Mijn trombonetas drukte op mijn schouder. Toen er plotseling een witte auto stopte: 'Do you need a ride?' En ik zag de vrouw die mij het snoepje had gegeven op het schip, naast de chauffeur. Dit bestaat niet!
Glimlachend stapte ik in. 'Ik weet niet eens waar ik naartoe moet. Maar de jongens hadden me uitgenodigd voor een jamsession.'
'Oh, dat is dan waarschijnlijk op Sandy Ground of Long Bay.'
'Dit is toch ook niet te geloven! Ik word altijd vergezeld door engelen! Gisteren heb ik gespeeld op Da Jazz in Me en ik zou nu in het vliegtuig zitten naar San Juan. Maar de vlucht is gecanceld. Dus ik had het gevoel dat ik per se naar Anguila moest gaan.'
Ze glimlachen: 'Weet je wat , we brengen je eerst naar Sandy Ground en dan ben je in ieder geval in de buurt.' Ik schudde mijn hoofd om zoveel geluk en dacht aan twee jaar geleden, toen mij hetzelfde overkwam toen ik naar Tortola vloog, een van de andere Britsh Virgin Islands.
Ik keek naar buiten. Veel zand, stof en groen, niet de geïmporteerde Spaanse palmen van Puerto Rico. Dit is de natuurlijke vegetatie. 'Weten ze dat je komt?' vraagt ze.
'Nee, het is een verassing... vooral ook voor me zelf,’ zeg ik. Vijf minuten later rijden we de heuvel af en komen beneden bij een strandje. 'Ik hoor de muziek al,' zegt mijn reddende engel. 'Het zal toch niet...?' zeg ik lachend.
'Kijk maar even of ze dat zijn!' En ik stap uit. In een houten open etablissement aan een baai van de Caribische Zee zie en hoor ik Connis, Alex en Fred. Stralend steek ik mijn duim op naar mijn chauffeurs. En ik schud mijn hoofd om zoveel geluk. Met een glimlach van oor tot oor loop ik via de zijkant naar de band.
De jongens zijn totaal verbaasd me te zien. Glunderen en zwaaien. 'We have a special guest here: May Peters. What a surprise!' hoor ik ook ineens door de luidsprekers. Het moge duidelijk zijn dat hier onmiddellijk trombones moeten worden uitgepakt.
En zo sta ik 'Mercy, mercy, mercy' met Connis meespelen. De stem is van de eigenaar van de zaak. Hoe weet hij wie ik ben? denk ik nog... Maar ik zie de poster van Da Jazz in Me aan de muur waar onze namen op prijken.´Vooral ook dat Puerto Rico/Holland achter mijn naam.
Ik kom niet meer bij van het lachen. Ja, dat klopt, Winston... aan het strand. En iedereen is blij om me te zien en te horen. Wat goed dat ik dit gedaan heb!’ Ik krijg een biertje van een rastafari, moet met ze op de foto in de pauze.
In het zand voor de zaak staan allemaal Rasta's met baarden en bossen haar! En ik hoor alleen maar reggae. Op het water dobberen een paar bootjes. This is relaxed. Niks Spaans temperament. Na de volgende set word me gevraagd wat ik wil eten. En ik kies voor de gegrilde Red Snapper.
´De jongens nemen je mee naar de boot van kwart over vijf. Ik moet nog wat dingen doen,' zegt Connis en klopt op mijn schouder. 'Thanks man!' Als we klaar zijn wacht ik... weet hier nooit waarop. Maar het blijkt de chauffeur te zijn die ons naar de boot gaat brengen.
Verrek, ja, de oude wagen heeft het stuur rechts en ik maak plaats voor Alex en zijn lange benen die voor me zit. Naast me stapt een Française in, met wie ik Frans-Spaans spreek. Twee kilometer verder stopt de auto. Dit is niet de haven!
'We are going to hang out here for a while,' zegt onze chauffeur heel kalm. Schiet alweer in de lach. Ja, natuurlijk, de laatste boot vertrekt over een uur en ik moet morgenvroeg om negen uur op een ander eiland les geven. Maar ik geef me gewoon over.
En even later sta ik inderdaad weer naast Connis op het podium met andere glimlachende musici te spelen voor rasta publiek. Ik krijg bier van iemand.. weer foto's. Een meisje met lang donkerblond haar en tatoeages op haar blote onderrug danst een soort buikdans op onze muziek. Ik wist niet eens dat je zo kon dansen op funky muziek.
Nu brengt een vrouw ons naar de haven, die Connis met zaadvragende ogen zit aan te staren. Aha, ja! Dingen te doen? Als we even later in St. Maarten terug zijn, word ik van het ene podium naar het andere meegenomen door mijn collega met een zoveelste glas rode wijn in de hand. 'This is fun. This is cool. Y' know wh' I mean?' En zo breng ik het laatste etmaal op St Maarten the friendly island door! 'Yes, I know exactly what you mean! I will be back soon!'
|