Nieuwsbrief

Schrijf u in voor de nieuwsbrief.







colofoncontactadverteerdersabonnement

Muziek uit Puerto Rico Afdrukken E-mail
Geschreven door May Peters   
Tuesday 18 September 2007
may_met_wilycolon.jpgMay Peters, oud docent trombone Jazz en Caribische Muziek aan het Conservatorium Puerto Rico en trombonist van het Orquesta Elías Lopés woont al jaren op Puerto Rico en kent de muziekscene van het eiland op haar duimpje. Voor Caribe Magazine zal ze vanaf nu regelmatig over haar leven en de muziek in Puerto Rico schrijven. Deze maand was zij aanwezig bij de ‘Homenaje a Hector Lavoe’ in San Juan.

Foto: May met Willi Colon.
Tekst en foto's: © May Peters

Sensibele mucisi

Nadat ik in een duistere parkeergarage eerst mijn collega Eliut Cintrón opbel, waar ze in godsnaam repeteren, vertelt hij me dat de repetitie later begint en ook nog op een andere plek! ‘Maar neem niemand mee. Je weet, gebrek aan respect.’
‘Man, wie zou ik moeten meenemen? Elías heeft me uitgenodigd. Maak je niet druk.’
Eliut is een veel gevraagde trombonist, maar heeft jammer genoeg zijn lengte niet mee in zo’n machista land. Hij viert zijn frustratie altijd bot op een andere minderheidsgroeperingen: blanke lesbische trombonisten.
‘Ik heb mijn negrita. May weet dat,’ zegt hij steeds als hij me ziet. Ik zou natuurlijk anders meteen voor hem vallen... Elías Lopés’ ega legt me telefonisch uit waar de generale repetitie plaatsvindt van Ralph Mercado’s nieuwste show: ‘Eerbetoon aan Hector Lavoe.’ Het wordt al weken aangekondigd op de nationale salsazender Z 93.

In de tropische regen been ik naar de parkeerplaats van Western Autos waar een repetitieruimte verstopt blijkt. Binnen zit het halve orkest van Elías en ze begroeten me allemaal lachend: ‘Ben je terug?’
‘Ja!’
Arrangeur, pianist en muzikaal leider Isidro Infante en leadtrombonist Ozzy Melendez zijn uit New York overgevlogen. Ik ben niet het enige publiek. Er zijn meer 'respectlozen'. Een van de dertien mannen biedt me meteen een stoel aan. Het machismo heeft ook zijn voordelen! Ah, daar heb je de TV ploeg Noticentro 4 ook. Salsaevenementen halen hier nog het nieuws! Eliut geeft de journalist, drie koppen groter, een hand en zegt: ‘Geweldig werk wat u doet!’ Daar komt ineens Oscar d’ Leon zingend binnen.

‘Vayaaaaaaaaaaa! Aan de slag.’ Hij groet iedereen, mij dus ook. Bij de microfoon maakt hij enkele sprongen, gelijk een polsstokhoogspringer. Zijn beroemde vibrato doet de atmosfeer trillen van energie. En natuurlijk valt hem een groot applaus ten deel van ‘de respectlozen’ en de musici. Michael Stuart zingt een medley van Hector Lavoe stukken en nostalgie maakt zich van me meester.

oscar__en_joe.jpgIn de pauze heeft Oscar d’ Leon een onderonsje met cuatrista Yomo Toro. De oude Yomo is niet van zijn plaats geweest (vraag me af of hij dat gemakkelijk kan. Het is net een tonnetje wat daar al een uur aan zijn vier snaartjes zit te pielen. En wat heeft hij legendarisch werk na gelaten op de platen van Hector Lavoe. De cuatro die je hoort, dat is Yomo. D’ Leon is van oorsprong bassist, dus snaarinstrumentalisten hebben sowieso een band.)

De roadmanager verwijdert nu de respectlozen uit het lokaal want het wordt te warm. ‘Gaat u spelen?’ vraagt hij.
‘Dat weet ik niet,’ zeg ik en verhuis richting mijn collegas Eliut en Raffy Torres. Als ik trombonepartijen zit mee te lezen voel ik plotseling andere sfeer. Musici zijn altijd zo sensibel!
Er staat een aangeklede gorilla met een grote zonnebril en een Blue Tooth breeduit bij de deur. Degene die hij beschermt ziet er al net zo uit, zij het in wijfjesuitvoering. Zonnenbril, een zwarte pet over haar lange haar, witte te strakke linnenblouse aan, die aan de onderkant tuit en een paar laagjes weelde laat zien.

la_india_en_cameraploeg.jpgZe begint haar vertolking van Rompe Saraguey. Ik was een fan van haar...in 1994 toen ik hier woonde. De diva had net een pracht album met Eddie Palmieri opgenomen. Maar nu? Niet alleen dertig kilo zwaarder, haar grapjes zijn geen grapjes. En de enige die daar om moet lachen, hoe kan het ook anders is Eliut, die opvliegt en naar haar toerent, omarmt en dan weer schaterend terug naar zijn plaats. Net zo’n faker als ‘La India’.
Ik zeg tegen de Newyorican, leadtrombonist Ozzy Melendez dat ik gek word van die negativiteit. Wrijf over mijn armen en schud de ‘kwade geesten’ van me af.

‘Ze is totaal nep, niet? Alleen de centen en verder totaal geen emotie. Ik moet me reinigen,’ fluister ik. Ozzy moet lachen. Hij herkent dezelfde sterallures bij Marc Anthony en Jaylo, waarmee hij de wereld rondvliegt. In de pauze zie ik de mooiste mengeling van Indiaan,neger en Spanjaard: trovadora Victoria Sanabria.
‘Ja, ik herkende je gezicht,’ zegt ze als ik me voorstel. Ze zong met ons Afro Caribbean Ensemble afgelopen januari tijdens het Bankers Club Gala van Conservatorium. Haar man Tito is een leuke vent.
‘Een vrouwelijke trombonist, wauw! Was jíj dat?’ roept hij, als ik vertel dat ik in 1994/95 met Eddie Santiago speelde. Victoria heeft een geweldige stem en improviseert moeiteloos volgens de strakke regels van de ‘décima’, die gebruikt worden in de Jíbaromuziek. Voordat ik met Elías Lopés en Luís Perico Ortíz in Trompetas y Trovadores speelde was ik helemaal niet op de hoogte van het bestaan van deze ‘plattelandsmuziek’: totaal andere kost dan salsa of bomba y plena van de negros.

joe_matamoros.jpgJoe krijgt een prachtige rol, want de cuatro schittert in deze blanke muziekstijl, samen met de guïra (een rasp gemaakt van een vrucht). Vrijdag: het concert. Het Colisseo Roberto Clemente, legendarisch vanwege zijn behuizing voor de liveopnamens van Fania All Stars op 24 augustus 1973. (Ik werd die dag zeven en had nog nooit van Puerto Rico gehoord, laat staan het Fanialabel.)
Toen opende Celia Cruz haar Bemba Colara, en Hector Lavoe zong Mi Gente met net zoveel ‘gente’ als nu: twee duizend. Willie Colón, de bedenker van de trombonegroepen speelde een bravour solo (waarop ik nog gestudeerd heb tijdens mijn Conservatoriumstudie!) Ik mag zo naar binnen en loop tegen Tito Sanabria op. Toeval bestaat niet, he. Even later zit ik in de kleedkamer bij Victoria.
‘Drink jij?’ vraagt Tito.
‘Dat kan je toch wel zien,’ zeg ik wijzend naar mijn middel. Lachend krijg ik een ‘pitorro’ aangereikt, een illegale, gestookte rum. ‘Salud,’ proosten we met zijn drieën.
‘Wauw, deze is zacht en iets zoet,’ roep ik.
‘Een recept met rozijnen en kers,’ zegt Victoria en verklapt me allerlei recepten. Ook dat ze als zevenjarige begon met de ‘seis’ en ‘aguinaldo’. Haar vader was een bekende trovador.
‘Ik groeide ermee op. Net zoals jij Duits leerde (ik dacht als zevenjarige Limburgse dat de cowboys van Bonanza op WDR TV uit Duitsland kwamen.)
‘Zo knap, dat rijmen. Hoe studeer je dat?’
‘Ik imiteerde mijn vader. Als tiener oefende ik doorlopend, onder de douche, lopend naar school.’
‘Krijgt je hoofd ook wel eens rust?’
‘Daar moet ik me toe dwingen. Ik ben uitgeput na een optreden. Vaak zing ik een half uur achter elkaar.’
Ik heb dat inderdaad zelf meegemaakt hier met trovadores. Als trombonist heb je twintig maten rust. Even ontspannen. Maar deze troubadours moeten steeds vooruit blijven denken. Om gek van te worden lijkt me. Nu word ik al snel gek..

Beneden zingt Tito Rojas ‘el Paraíso es dulsura’. Hoewel hij jaren alcoholist is, kraait ‘el Gallo’ (de Haan! zo’n naam ook!) nog steeds. Op het immense podium introduceert ‘el Buho Loco’ de dj van Z 93 ‘el niño bonito’: Ismael Miranda komt onder luid aplaus op. Met zijn veertig jaar in de salsabusiness doet hij me denken aan onze Willy Alberti: de bolero is natuurlijk ook de smartlap van het volk.
Lavoe’s zoveelste hit ‘Vamos a reír’ klinkt bijna als het origineel. En dat vinden die tweeduizend man ook.
‘Iedereen staan!’ Het hele middenschip danst en zingt. Heel hard ook.
‘Leve het vaderland!’ En ze zijn het er allemaal mee eens! Totale uitzinnigheid! Ik kijk omhoog. Bovenin staat ook iedereen te dansen. en ik, lachen. De jonge Michael Stuart zingt een medley van Hector Lavoe.

Terwijl op twee inmense videoschermen archiefmateriaal getoond wordt van Lavoe waan ik me een moment in de jaren zeventig, de gloriejaren van de Newyorican (de Puertoricanen in New York) salsa. Ik zie Barry Rodgers! Pauze. Backstage tussen pers, personeel en artiesten. Steeds als camaramensen samenkluiten weet je dat er een celebrity aankomt. Oscar d’ Leon. Hij herkent me zowaar, komt naar me toe en geeft me een kus. Na mijn afstuderen was mijn grote droom in zijn orkest te spelen! Hoe is het mogelijk?
Met Victoria en haar Tito bespreek ik de plannen van een Nederlandse tournee. Die kleine donkere man is mijn held: Cheo Feliciano. (Ze zijn allemaal kleiner in het echt!) Zijn albums met boleros zijn juweeltjes. Maar ook de vertolking van ‘ Todo tiene su final’. De Puertoricanen hebben hun schrijnende levensomstandigheden (discriminatie, euforie,drugs en armoede) in de VS prachtig verwoord.

Ik begrijp nu ook het succes van de jongen die in 1964 op zeventienjarige leeftijd vanuit Ponce moederziel alleen naar New York vertrok. Ruzie met zijn vader, weg van dat vaderland. Maar hij kon zingen. Zijn eenzaamheid en vescheurdheid vergat hij ook in drugs, wat het eind van zijn leven zou betekenen op zevenenveertig jarige leeftijd. Todo tiene su final. Is de Puertoricaan fatalistisch? Of gewoon realistisch?
Victoria wordt met alle égards aangekondigd (je ziet nauwelijks vrouwen op het podium!)
‘Una dama. Bonita.’
‘Mi Borinquen’, de ‘seis’ met de Indiaanse naam voor Puerto Rico bruist van trots en passie. Tweeduizend euforische mensen belonen haar met een ovatie na haar laatste rijm.
‘Leve het vaderland!’ Lachend komt ze het podium af, loopt naar me toe en ik feliciteer haar.

Daar verschijnt ineens mijn held: Willi Colón, de trombonist/zanger/componist die ons instrument een plek gaf in de salsa. Zijn albums met respectievelijk Celia Cruz, Ruben Blades en natuurlijk Hector Lavoe schreven historie. Voor mijn neus speelt deze kleine, dikke man met Ozzy moñas. Ik heb spijt dat ik mijn trombone niet bij me heb, want dit is waarom ik hier ben: delen. Ik vlieg weer de zaal in om me onder te dompelen in deze ‘good vibrations’.
‘Yo no sé qué,’ zingen tweeduizend kelen. Ik lig dubbel! Iedereen kent deze klasiekers. Het maakt niet uit dat de reaguetón nu zo populair is op het eiland. Salsa is Puertoricaanse erfgoed. De gran finale.

Plotseling zie ik mijn collega Raffy ondersteund door een andere man met Raffy’s trombone het podium af strompelen. Ik schrik: ‘Geef mij die trombone maar. Ik ben trombonist.’ Raffy’s suikerspiegel is na vier uur op het podium gevaarlijk gedaald.
‘Het gaat wel weer,’ zegt hij en houdt mijn arm vast.
‘Heb je iets te eten?’ check ik.
‘Wil jij spelen?’ vraagt ie lijkbleek: ‘Ga naar boven.’ In een trance loop ik de lange trap op. Alle artiesten staan op het podium. Ik achter Willie Colón langs. Eliut kijkt verschrikt om.
‘Raffy heeft me naarboven gestuurd,’ zeg ik, me van geen kwaad bewust. Een gedoe! Ik vang nog iets op van ‘ Gebrek aan respect!’ Hij kwaad en vliegt naar beneden. En ik? Ik speel in een euforie de tweede trombonepartij van Mi Gente. Ach, ja, musici zijn zo sensibel!

Beleef het zelf via de opnamen die een Puerto Ricaanse amateur op Youtube zette:  

http://www.youtube.com/watch?v=tolCNjKUdLQ


Mail May op Dit e-mailadres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken

 
< Vorige   Volgende >