| Noche Buena in Puerto Rico |
|
|
| Geschreven door May Peters | |
| Tuesday 04 January 2011 | |
Sinds Thanksgiving (de laatste donderdag in november) zijn ze hier al bezig met Navidades, kerst! Iedereen wenst je ‘felicidades’, op een verlaten landweg in de bergen, in de supermarkt en mijn collega-musici, die het ene Kerstfeest na het andere opluisteren.
En zo had ook ik, twee concerten staan met Pucho Rivera y su Gran Orquesta, op 23 en 25 december in Coamo, het bergdorp in het zuiden van het eiland. Er is eigenlijk geen verschil tussen Eerste Kerstdag en de rest van de december dagen. De winkels zijn gewoon open, en er wordt veel gegeten en gefeest! Ik belde de leider Pucho de donderdag van te voren op. ‘Hoe laat,waar en hoeveel op 23 en 25 december?’ ‘Heb ik je dat gezegd? Dat moet ik even met degene regelen die over de trombone’s gaat. Ik bel je maandag op.’ ‘Zeg, ik heb die data gereserveerd. En maandag is te laat.’ Leer ik het dan nooit? Je bent hier nooit te laat! Hooguit te vroeg, een uur of twee, zoals mij dat vaak gebeurt. Ik trap er weer in, he. En dan bedoel ik, mijn eigen geregel, dat Westerse willen weten! Ik had een uitnodiging van de schrijfster, bij wie ik een maand in dat prachtige appartement in Condado woonde, om Kerstavond bij haar te komen eten. En dus moet ik weten of ik dan 23 t/m 25 december bij de Caribische Zee verblijf of hier aan de andere kant: de Atlantische Oceaan. Ik meen dat ik dat dan moet weten, he. Mijn vrienden, Mickey en Nana in Ponce zouden me zeggen: ´Welnee, in Puerto Rico kan je gewoon op kerstavond onaangekondigd voor de deur staan en zeggen: ‘Hier ben ik!’ Ik schiet in de lach. Ja, aan die optie had ik natuurlijk niet gedacht. Dus ik bel weer de bandleider en saxofonist. Die demonstreert, met zijn half hese stem weer een knap staaltje Caribische afwimpelen van verantwoordelijkheid. Als je mij gek wilt krijgen dan moet je zeggen: ´Ay, no sé. Dat weet ik niet. Punt.´ Want dat is het. Daar komt hier geen dubbele punt achter of een vraagteken. Dat is een staat van zijn: ‘het niet weten’. Bij mij duurt dat vaak maar een paar minuten. Maar ook nu in de Cariben, moet ik mij overgeven aan het gevoel dat ik niet weet of ik 23 en 25 december speel, laat staan waar ik ben! ‘Pucho, ik ben uitgenodigd voor een Radio uitzending in Mayagüez op de 24e , dus dat zou ik dan goed kunnen combineren. En ik wil de programmamaakster zeggen of ik kan of niet…’ Aaaaay, wat een gesprek alweer. Hier moest brujería aan te pas komen. Edwin Laponte, die zijn hele leven in New Haven gewoond heeft en die ik geïnterviewd had voor mijn onderzoek, vertelde ik het hele verhaal. Dat ik niet wist of ik in zijn geboorteplaats zou spelen, ja of nee. En hij zei gewoon : ‘Welcome to Puerto Rico.’ Ik weet het, ik weet het.. Dus ging ik de hele week in de weer met ‘goede vibraties zenden’ etc. Krijg ik toch op de 22e een telefoontje! Mickey: ‘Weeeepa, Mickey. Hoe gaat het? Man, ik ben al dagen bezig met positieve energie sturen.’ Mickey weet niet waar ik het over heb, en hij zegt me gewoon : ‘Het optreden is morgen om 15 uur in het Convention Center in Coamo.’ ‘Dat meen je nieieiet!’ roep ik uit: ‘Te gek, Mick!’ Ik kan het, ik kan het!! Ik kan het universum sturen! Mayra van het radioprogramma is ook erg verheugd dat ik te gast zal zijn, chat ze op Facebook. Jongen, Puerto Rico gebruikt de moderne communicatiemiddelen! En zo vertrek ik woensdag 23 met mijn hele hebben en houwen richting het nieuwe Conventioncentre in Coamo. Man, ik begin het nu echt te leren. Niks netjes van te voren vragen waar het is en hoe je er komt. Nee, gewoon als je van de snelweg afgaat, bellen. Ja, achter het stuur, en vragen om uitleg. Dat is iets voor mij, die afhankelijkheid! Waaahh.. maar kijk wat er gebeurt. En dus na een drie kwartier snelweg naar het zuiden, bel ik heel Puerto Ricaans Mickey op. Die legt me dan de weg uit, terwijl ik visioenen van hem heb, ingeklemd tussen twee congas op de trappen in zijn moeder’s huis. Maar niks van dat al. Want natuurlijk arriveer ik om drie uur als eerste en sta ik in een knallende zon, die weerkaatst op het het nieuwe vaalgele gebouw in een niemandsland van beton. Vier beveilingsmensen, die me ook nog menen te zeggen dat ik daar niet mag staan, terwijl er een zee aan parkeerruimte is. ‘Ik ben van de band.’ Dan is het goed. En ik stap naar binnen, waar me meteen de kou overvalt. (Natuurlijk, ben ik nu verkouden van die rot-airco’s) Langzaam druppelt iedereen binnen. Ondertussen sta ik onze muzikanten te interviewen voor mijn onderzoek. Het verbaast me elke keer weer dat hier zoveel talent rondloopt, wat geen enkele scholing heeft gehad, laat staan een Conservatorium. De leadzanger is arts en de zanger die ik interview, heeft de eerste dertig jaar van zijn leven niet gezongen tot nu toe. Voor dit feest is meer geld in omloop, dat heb ik allang gezien. Als ik binnen langs het buffet loop, zie ik naast de traditionele morcilla (bloedworst met rijst) en lechón (speenvarken) ook ceviche (de ingelegde visschotel in limoen, met rode ui en jalapeño). En daar ga ik natuurlijk voor. Na dat gewauwel snel een drankje. De wijn vertrouw ik hier nooit als ik geen fles zie. Dus dan gaan we natuurlijk naar de bar waar diverse flessen rum staan uitgestald en bestel een piña colada. Krijg er een kers in en een aardbei. Nu moet het ook niet gekker worden hier, met hun overdaad. Een bevroren aardbei, waar ze zich ook nog wat van menen. ‘Nee, ik heb geen bonnen, maar ik ben de trombonist van de band’.’De zangeres?’vraagt de ober. ‘Nee, de trombonist’ en buzz meteen een beroemd Kerstliedje ‘El Jolgorio’ op mijn lippen. Daar moeten ze zo om lachen, dat ik meteen mijn piña colada krijg. Pucho is van mening dat ik geen zwart jasje aan hoef, maar gewoon in mijn zwart shirt (van Claudia S weliswaar, maar goed), de oude snoeperd. Ik trek mooi mijn jasje aan, want ik verrek van de kou hier. Ik heb el Buhu Loco ook al rond zien lopen , de deejay van mijn favoriete salsazender Z93, want hij is MC. We zijn trouwens niet de enige band. Naast ons op het podium neemt een salsaband plaats. ‘Hola, maestra’, zegt de trombonist. ‘Felicidades’, zeg ik tegen een student van het Conservatorium. Wij beginnen te spelen. En hoe verguld ben ik met de ritmesectie. De percussionisten hebben een Puerto Ricaanse swing en dansen glimlachend met ons op het podium. In de pauze word ik, door mijn maatje pianist Rolando, die ook uit Coamo komt, voorgesteld aan de organisator van dit feest. ‘Ze heeft geen bonnen meer.’ En de man geeft me prompt een boekje met wel 20 consumptiebonnen. ‘Je bent hier in Coamo!’ zegt Rolando stralend. Het is ook niet te geloven. Moet ook al erg lachen om de outfit van de dames op de dansvloer. Die hakken, ja. Om de jongens van mijn trombonesectie enigszins in het gareel te krijgen, vraag ik wat ze willen drinken. Het volgende nummer is maar voor twee trombones geschreven en volgens goed Limburgs gebruik gaat de andere muzikant dan drank halen. ‘Een wodka met granberry’en de dreadlocker trekt zijn portomonnaie al. ‘Nee, man, ben je gek. Ik heb hier zo mijn connecties!’ en loop lachend naar de bar. Ik heb al drie keer de geluidsjongen gesproken, of beter gezegd toegeschreeuwd. ‘Draai die algemene volumeknop omlaag. Bas staat veel te haaard. Ik hoor geen trompetten en geen trombones.’ Zo worden we hier allemaal doof! Bij de technici is dat al reeds het geval. Snel maar een piña colada. En dan houden ze nog een loterij, nog meer eten. En nog een set. De band naast ons hoor ik inene YMCA spelen en een nummer van Kool & the Gang. Ik ben verbaasd! He, die muziek heb ik hier nog nooit gehoord, of is het dat ik me nooit in zulke kringen heb begeven in 16 jaar? En die klere herrie ook! Na afloop zal ik Mickey volgen richting Ponce. Die brengt eerst zijn timbales naar zijn moeder. We kunnen niet over de snelweg, want er is een vrachtwagen met gas van de weg geraakt en meteen in vlammen opgegaan. Verschrikkelijk. Hier gebeuren echt de meest afschuwelijke ongelukken. En dat komt dan weer omdat maar weinig mensen kunnen rijden (ik heb zelf zes rijbewijzen inclusief het Puerto Ricaanse rijbewijs, waarover alles in mijn boek). De Puerto Ricaanse Waterstaat kan de wegen nauwelijks onderhouden (door de regenval en slechte staat van de auto’s) En bovendien hanteert men hier de meest exotisch wegbewijzering (waarover ook alles in mijn boek…hoezo invoegstrook?) ‘Vind je het erg als we de oude weg binnendoor nemen?’ vraagt Mickey.’Nee, helemaal niet,’ en denk aan kronkelige bergweggetjes. Overdag natuurlijk prachtig. Maar nu is het pikdonker, behalve dan de 800 halogeenlampen van auto’s die dezelfde weg nemen naar Ponce! We zouden er twee uur over doen, een stukje van 15 kilometer. De enige zorg die ik heb, is dat mijn Chevy niet warm loopt. Dus ik kan fijn oefenen met mijn hekserij.En maar goede vibraties sturen. Ondertussen geniet ik van Zeta 93 op de radio dus niks aan de hand. De volgende dag in Ponce komt Mayra me ophalen voor het radioprogramma in Mayagüez, de stad in het westen. Nana gaat naar haar geboorteplaats Orocovis ( het raam al Universo, UFO-land!) en brengt Kerstavond met haar moeder door. Mickey moet spelen en ik laat me dus weer Caribisch verrassen waar ik ‘Stille Nacht, Heilige Nacht’ zal door brengen. In de kleine studio word ik ontvangen door…, het zal toch niet? En maar Engels tegen me praten! Het is dezelfde flip die mij de week ervoor in de kleedkamers van het Jazz Festival- Mayagüez ook al aansprak… in het Engels. Een vlotte mulato en een ongelofelijke betweter. Bovendien haat ik het als mensen me voor een Amerikaanse aanzien, na decennia lang al die moeite om een US visum te krijgen. Het is een dertiger, een grote praatjesmaker, daarom werkt hij natuurlijk ook bij de radio. ‘Spreek Spaans tegen me, man! Ik studeer een maestría Spaans aan de Universiteit in Leiden-Holanda.’Fout, fout, fout, want nu ziet de gast mij voor een student aan! En dan komt weer een verhaal. ‘Hier in Mayagüez zijn de mensen bi-lengual omdat we van vroeger uit veel toeristen krijgen.’ Ik geloof er geen juu van. Ik voel aan alle kanten (de brujería) dat hij gewoon Engels spreekt om zich meer te voelen ‘You have to meet my wife.’ Dat zeggen ze dan meestal als ze mij leuk vinden en ik natuurlijk veel op hun vrouw lijk.. ‘Heb je mijn muziek? ‘vraag ik. ‘Yes, I have this and this.’ ‘Háblame en español, no joda’. Maar hoe meer ik vloek, hoe leuker hij het vindt. Mayra weet niet precies hoe het koffieapparaat werkt. Maar alles wat met eten en drank te maken heeft daar heb ik weer verstand van. En ga meteen aan de slag met een groen uitgeslagen koffiefilter… ‘Mira, zij is onze gast en maakt koffie voor ons’, schiet Wanda in de lach. ‘Ze is een echte Puerto Ricaanse’, zegt Alibaba al. ‘Weet meteen hoe dat werkt.’ En Alibaba neemt de telefoon. ‘She is great..’ hand op de hoorn: ‘my wife’.. Ja, natuurlijk. Dan vertelt hij dat hij bij een van de grootste radiozenders heeft gewerkt, uitzendingen over het hele eiland. Ik kende de naam ook. Maar gek dat ie daar niet meer werkt. ‘Laat me raden, bent jij de oudste?’ dat gepreek en dat betuttel van mij. En warempel hij antwoordt me in het Spaans, ‘Mijn geval is apart. Ik groeide op bij mijn tante met allemaal nichtjes. En nu heb ik zelf vier vrouwen, drie dochters en mijn vrouw. Ze komen even naar de studio.’ Ik lach want ik denk aan het gezin waar ik uitkom. Mijn vader zei ooit hetzelfde! Even later komt inderdaad zijn kroost binnen. Prachtige mulatas, met kleine krulletjes. De oudste van tien die de kleine van drie draagt. Ik zie me zelf met mijn jongste broertje. En de tweede die schuchter achter de deur blijft staan. ‘En kan jij ook zingen?’ ‘Ze zingen met zijn drieen a capela’, zegt hun moeder. ‘wauauaw. Laat me eens wat horen.’ Alibaba gaat ondertussen verder met praatjes maken. ‘Nee, Engels praten heeft niks met elitair te maken. Als jij wilt weten wat onze culturele identiteit is, ik laat je zo die plekken zien, waar mensen leven met heel veel geld en die van salsa houden.’ Ik verdenk hem zelfs dat hij jazz ook leuk vindt omdat het uit Amerika komt. ‘Luister jongen, ik spreek jou over tien jaar, als die meiden van jou je tot zwijgen gebracht hebben.’ Zijn vrouw schiet in de lach. En gek genoeg, tijdens het twee uur durende programma verandert zijn timbre (dat is natuurlijk altijd met radiomakers) en zijn houding naar mij (ook dat) Hij blijft het maar bijzonder vinden dat een vrouw trombone kan spelen. Enfin, toen kwam het toch nog allemaal goed. HIj vraagt zelfs wat het kost als ik een nummer op zijn nieuwe cd inspeel, want hij zingt en componeert ook! Natuurlijk... De telefoon gaat. Een vriend van Mayra. ‘Ik krijg op mijn donder, omdat ik je verbeterde toen je ‘pitorro’ zei’, zegt ze lachend tegen me. Ja, de illegale gestookte rum hier op het eiland is nu bij iedere liefhebber op het eiland te krijgen. Het schoot nog even door me heen toen ik mijn lofzang op ‘de pitorro’ via de ether uitbracht, dat het een illegale rum is. ‘Brandy’, antwoordde Mayra glimlachend. En inderdaad, ik hoor nu ook steeds de naam ‘brandy’ in liedjes en op de radio. ‘Wat ga je vanavond doen?’ vraagt ze aan mij terwijl we de auto instappen. ‘Ik denk dat ik naar Caguas ga, naar chef Campis, het neefje van Gryssel, die Tv kok is en waar de hele familie Kerst doorbrengt.’ ‘Heb je haast?’
‘In Puerto Rico heb ik dat afgeleerd,’ antwoord ik. ‘Dan gaan we even naar mijn amigo. Hij heeft vast wel een pitorro klaar staan.’
‘Ja, zijn moeder kon niet voor hem zorgen. Geen vader, zij sloeg hem ook. Zijn tante heeft zich over hem ontfermd. Maar hij groeide op in een achterstandwijk met alleen blanken.’
Even later komen wij bij een klein houten huisje in het dorp aan. En Adolfo staat ons al op te wachten op de porch. Een Indiaanse man met een warm gezicht. ‘En dan zeg jij ‘brandy’?' zegt hij glimlachend tegen Mayra. Ik sta beneden aan de kleine trap. Meteen een heel gesprek over energiestromen. ‘Bienvenidas’. Op de porch liggen twee grote groene geribbelde bollen. ‘Pitorro y coquito’. (het recept van deze kerstdrank: coquito vind je in mijn boek). ‘Geef mij maar een coquito’, zegt Mayra. En Adolfo schenkt haar de kokospunch in. ‘Ik snak naar een pitorro.’ Het ware vakmanschap vindt men terug in de zachte smaak, met een afdronk die je vervolgens kan volgen via je slokdarm tot in je maag. Hij laat me zijn atelier zien. En ik krijg zelfs een ets van hem cadeau: het eilandje Puerto Rico, wat me erg ontroert. Hoe is het toch ook mogelijk! De schemer valt snel in en de aperitieftijd is om. Met mijn pana en mijn cadeau keren wij terug naar Ponce, nadat we beloofd hebben hem snel weer te bezoeken. Ik bel even Gryssel. Die zegt dat ik natuurlijk van harte welkom ben bij mijn Puerto Ricaanse familie in Caguas. ‘Dan wacht ik bij het tolstation op je.’ Goed. Het is inderdaad niet zo ver van Ponce naar Cayey. Dik een half uur en hup. Op en neer gebel met Gryssel. Man, zes weken hier en nu kan ik heel Puerto Ricaans 10 keer bellen op een dag. Nu is dat bij Gryssel bovendien nog extra nodig, want die komt nauwelijks op gang. Ik wacht in het donker onder een lamp bij de afslag. Er stopt al een man. ‘Nee, alles oké.’ En besluit dan toch maar om in de auto te wachten. Op dat moment zakt de rechterhelft van mijn auto van een steen af. He? Daar ben ik toch niet overeen gereden. En hoe kan dat nou? Ik stap uit. Niks te zien, geen steen , geen kuil. Zoveel pitorros heb ik toch niet gedronken? Twee glaasjes en een coquito...
Eerst de claves. Dat kan geen kwaad om met die twee stokjes op de grond te slaan. Maar wanneer hij hetzelfde wilt doen met de twee maracas ('sambaballen') klinkt het toch van verschillende kanten: ‘noooo!’ Ik, hoor een totaal vals gekraai van tienermeiden die met een band meezingen. Ze zijn in de garage in de weer met een microfoon. Als ik ga kijken zie ik dat de tekst van de salsaliedjes op een groot tv scherm voorbij komen. En zelfs de aanwijzingen wat ze moeten doen. Schreeuwen naar het publiek. ‘Wat een gedoe, dat karaoke’, verzucht Gryssel. Vrienden vragen of we de aardbeving gevoeld hebben een paar uur geleden.
‘Aardbeving?’ 'Ja, 5 op de schaal van Richter.’ 'Hoelaat?' ‘Rond zeven uur’ Een parranda is een serenade, die men hier in Puerto Rico bij voorkeur ’s nachts geeft en dus totaal onaangekondigd. Maar de gastheer heeft altijd drank en eten in huis voor de muzikanten. ‘Ja, prima, Migue. Zo, dan hebben we nu de hit van vandaag : ‘Dame la mano, paloma’ en natuurlijk : ‘Alegre vengo de la montaña’, en onze absolute topper ‘El Jolgorio.’ Miguel lacht dat ik al die liedjes ken. Nou, ja in al die 16 jaar, heb ik van elk jaar toch minstens een Puerto Ricaans kerstliedje overgehouden. En ik heb ze nu letterlijk allemaal op een rij omdat ik met een plenagroep speel: ‘Son de Pandero’, dus dat scheelt. Wat zich het volgende half uur afspeelde moge duidelijk zijn. Vier panderos, die nauwelijks het tempo vasthouden, onze kleine van anderhalf die als betoverd voor mijn trombone blijft staan, en Gryssel die de guiro speelt om het tempo toch vast te houden. En de buren? Die zijn totaal verheugd en klappen mee met de hele meute zingende, en muziekspelende mensen die hun carport komt binnen lopen. Zoals Nana en Mickey al zeiden: in Puerto Rico kan je op Kerstavond gewoon voor de deur staan! Hier ben ik!
|
| < Vorige | Volgende > |
|---|