| Op de International School Curacao |
|
|
| Geschreven door May Peters | |
| Friday 30 May 2008 | |
De Gründlichkeit van de Duitse muziekdocent en mijn Duitse oma zaliger zorgden ervoor dat er meteen een band was tussen mij en the International School of Curaçao. Muziekdocent Thomas Stieft - der mit seine Frau Barbara das ganze Musikprogram macht -, nodigde me uit om bands te begeleiden, een lezing te geven en een concertje te verzorgen op zijn school.
Nein, ma'm. Een paar dagen voordat ik mijn opwachting maakte op de school had Thomas een vragenlijst van studenten toegestuurd. Ik heb me te barsten gelachen om de vragen, en begon meteen met het beantwoorden ervan. ‘Dat had niet gehoeven. Zoveel werk!' schreef de muziekleraar: ‘But then you know what they could ask you.' Zo was voor mij de verrassing er af. Bovendien, het publiek had om mijn reacties kunnen lachen. Voor wie geïnteresseerd is in de lijst, zie: www.maypeters.com . ‘Does it get annoying that trombone is mostly all the time a background instrument?' ‘How many songs does she know my heart?' Ha, I have a very big heart!
De dag dat ik mijn workshop op school zou geven, werd ik gewekt door een telefoontje van de voormalig hoofdredacteur van de Amigoe, Mike Willemse. Hij is tevens de kersverse eigenaar van het Antilliaans Dagblad en hij vroeg of ik 'die avond een recensie wilde schrijven van die Kröningsmesse ter gelegenheid van de tachtigste verjaardag van koordirigent Frank Davelaar. Ik was meteen wakker: ‘Kom vanmiddag even op de redactie. Bespreken we het een en ander. En bedankt alvast voor je enthousiaste reactie.' Een andere jeugddroom leek in vervulling te gaan. Vanaf mijn dertiende wilde ik immers al journalist worden. Ik hield interviews met klasgenoten, tekende stripverhalen en schreef hoorspelen, versloeg ‘sportprogramma's vanaf de boerderij. Een wielerwedstrijd, een concours hypique (omdat ik zelf niet op de D-pony durfde). Tot ik op mijn vijftiende een Duitse orgelleraar kreeg, Heinz Willems. Hij stoomde mij met diezelfde Gründlichkeit in drie jaar klaar voor het Conservatorium in Maastricht. Met een stralende glimlach dronk ik mijn Colombiaanse koffie op de patio onder de amandelboom. Ik deed mijn warming-up oefeningen op blote voeten, terwijl ik bedacht dat je op Curaçao werkelijk niet weet wat er het volgende uur gebeurt. Ruben Blades had volledig gelijk: La vida te da sopresas, sopresas te da la vida. Of dat komt omdat je dichter bij de natuur staat? Zou de Chi nu eindelijk doorstromen? Om tien uur reed ik Emmastad in, op twee minuten rijden vanaf mijn huis. Ik passeerde de Muziek Academie Edgar Palm en dacht even aan de workshop die niet doorging. The Elementary School ligt pal ernaast en de Highschool aan de overkant. Zodra ik de receptie binnenkwam voelde ik me op Amerikaans terrein. A bit scary. Dat komt natuurlijk door mijn traumatische ervaring met de US Immigrations in 1995 en in september en oktober van vorig jaar. Ik kan pas Puerto Rico in als ik het zogenaamde O1-visum heb.
Op de school zag ik meer niet-zwarte kinderen bij elkaar, dan ik in tijdens mijn hele verblijf tot nu toe heb gezien. That's a bit scary too. Het studiegeld is dan ook meer dan mijn maandinkomen. Als wereldmusicus begeef ik me veelal tussen de armen van een land, (behalve dan de salsasterren in Puerto Rico) Als recensent van klassieke muziek ben ik tussen de rijken. En als het me zou lukken om die twee werelden samen te laten komen, hier op Kòrsou, dan is mijn missie geslaagd. Ik werd naar de ‘Bandroom' verwezen. Thomas Stieft stond op vanachter de piano en gaf me een hand. Hij is een typische Duitser, höflich, blond, blauwe ogen in een Caribisch gebruind hoofd met een sterke kaaklijn. Een vijftiger die nu zeven jaar op Curaçao muziekles geeft op deze Amerikaans school. Na zijn studie Klassiek Gitaar en Fluit in München, studeerde hij muziektheorie en compositie in de Verenigde Staten. Hij begon als schooldocent en administratiemedewerker op muziekscholen in Duitsland. Na zijn concerten en composities besloten hij en zijn vrouw aan hun wens gehoor te geven en te gaan reizen. Het echtpaar Stieft onderricht nu al zeventien jaar het ‘bandprogram' op Internationale Scholen in Sri Lanka, Uganda, de USA, Venezuela en Egypte. Thomas kan uit de voeten met alle instrumenten. En daar geeft hij ook les in aan drie leefdtijdsgroepen. Level 1, Level 2 (graad negen), Level 3 (graad zeven). (‘How many instruments do you play?' was natuurlijk een van de vragen uit de vragenlijst) Mijn eerste band was die van de vijftienjarigen, level 2. Giebel, giebel. Jongens die op hun rechter enkel op de stoel gingen zitten. ‘Are you from India? Ik zweer dat je hem in je nek kan leggen.' Meisjes kwamen niet meer bij. Schone schuchtere Latinas die dwarsfluit en klarinet spelen. Een leeftijd dat je het liefst playbacked om maar niet gezien en gehoord te worden. ‘Laat je horen! Don't hide.' Na de lunch gaf ik een presentatie in de grote hal. We haalden mijn trombone op in de bandroom, waar ik opgewacht werd door een groepje tienjarigen. ‘Can I carry something for you, miss?' vroeg een blond meisje met grote blauwe ogen. Voor ik het wist, was ik omringd door een elftal van kleine kinderen die me naar de overkant van de straat begeleidden, naar de hal. De een droeg mijn tas, de ander mijn standaard. ‘Are you the trombone player? Don't you think trombone is boooooring?' zo'n kleine elfjarig blond ventje met weer van die grote blauwe ogen. Ik schoot in de lach. Hij speelde zelf trombone, maar vond het saai. ‘Juist helemaal niet!' zei ik lachend onder de knallende zon: ‘Weet je wat je daar allemaal op kan? Noooooooo? Dat laat ik je zo horen.' Hij kon niet zo lang wachten: ‘Can you play Bumblebee?' ‘Noooo, dat is een klassiek stuk. I'm a jazzplayer. Als ik een bij zie, sla ik hem meteen dood.' ‘Which song is your favourite?' Ik schaterde. Ik heb duizend lievelingsliedjes. Mijn vrienden worden gek van mij, als ik weer uitroep bij Earth, Wind & Fire's September, I ‘ve got you under my skin van Frank Sinatra of the Best is Yet to come van Ella Fitzgerald: ‘Oh, dat is mijn lievelingsliedje!' ‘I have hundreds of favourite songs!' In het Highschoolgedeelte liepen we de hal in. Kinderen waren er nog aan het basketballen. Ik moest mijn neiging onderdrukken om de bal op te vangen op de gekleurde tegels die als sportvloer dienden. ‘Ik heb ook basketbal gespeeld toen ik zo oud was,' zei ik tegen Thomas: ‘Een driepunter!' Een jongen scoorde vanaf de ring. Okay! Ik moest met basketbal stoppen toen ik electronisch orgel ging studeren. Om de haverklap kneusde ik een vinger in de rebound, of scheurde een enkelband. Sporten is leuk, maar op de een of andere manier is mijn lichaam daar niet voor gemaakt, te beweeglijk, te snel of ‘te lomp' (zit in de Duitse genen). De evenementenhal was immens en had een groot podium. Negentig kinderen allemaal op stoelen. En ik stond met twee microfoons voor de bühne zodat ik dichterbij mijn publiek stond. Een draadloze mike om te praten en veel te bewegen. Mijn verhaal werd me ter plekke ingegeven door de Amerikaanse muze. Ik sta er zelf ook van te kijken, wat ik allemaal zeg als ik de Chi gewoon laat stromen. ‘Who plays an instrument? Raise your hands'. Meer dan de helft, wauw. ‘Some one asked me if I didn't play the trombone, what instrument I would play. Well, I graduated at the Conservatory in Electric Organ. But my biggest passion always was singing. The human voice is the most direct way to make music. I only sang in the close harmony choir of the Glenn Miller Orchestra in Europe. I think my voice is not a solo voice.' Het was sterker dan mezelf. Ik hoorde me ineens Marie zingen van Tommy Dorsey, met een natuurlijke echo van die hal. ‘Okay, let's do an exercise!' Maar niet iedereen in het publiek kon me zien, dus ik hup het podium op. Wauw, negentig kinderen die een boom nadeden. Dat ging nog. Een boom staat stil. Maar wat gebeurde er als ze dan werveltje voor werveltje naar beneden moesten rollen? De een duwde de ander om. Eentje stond met zijn voeten een meter uit elkaar. ‘You!' ‘Who, me?' (de beroemde scene uit de West Side Story) Jongetje keek omhoog, viel bijna om. ‘Your feet! Closer!' gebaarde ik vanaf tien meter afstand en een twee meter hoog podium. Natuurlijk werkte dat niet. Dus ik stoof weer naar beneden. ‘Let's Take the A train.' De conciërge had inmiddels mijn begeleiding-cd's klaar en ik vertelde wie Duke Ellington was, de componist en big bandleider. Zo begon de geschiedenis van de trombone in de Lichte muziek. Wel te gek om die hele hal te vullen met verschillende stijlen. Wat ‘trombone boring'! Het zweet gutste van mijn kop, mijn broekspijpen werden doorweekt. En het publiek enthousiast. Ik heb zo gelachen. The tailgate, de oude stijl. ‘When the Saints comes marching' in vonden ze leuk. Hoe meer je schuift, toetert en een spektakel maakt, hoe groter het plezier bij kinderen, well ofcourse. Thomas gaf me een teken dat de drie kwartier om waren. ‘Okay, jongens, de reden waarom ik hier in de Caribbean ben, is de salsa. Dat speelde en doceerde ik in Puerto Rico,' vertelde ik. Weg die microfoon, salsa es música de la calle.Ik zette de trombone aan mijn lippen: ‘Maaaaaaaaaaanis' de intro van ‘el Manicero' (de pindaverkoper). En de apenkoppen begonnen nog mee te klappen ook. Ontzettend leuk! Daverend applaus, en ik klapte voor hen. Terug naar ‘the bandroom' werd ik wederom omringd door kleine roadies. ‘Oh, I'm so excited to play with you!' zei mijn kleine collega die naast me op en neer sprong. Ik heb alleen maar gelachen. Hij vond het ineens niet zo boring meer. ‘Hoeveel trombones heb je?' ‘Vier.' ‘Heb je wel eens gedacht om te stoppen met trombone?' ‘Ik zal je wat veel ergers vertellen,' zei ik op een samenzweerderige toon: ‘Sometimes I want to throw it out of the window....' Hij keek verrukt. ‘But I never did, luckily. Because the trombone can't help it...don't you think... ' Ja, dat was ook weer waar. Hij haalde zijn schouders op en kneep zijn mondhoeken bij elkaar. In de bandroom controleerde ik zijn trombone. Een schuif waar nauwelijks beweging in was te krijgen. Heeft ie ‘m misschien het raam uit gesmeten? Ik smeerde het instrument met wat olie, terwijl ik gebaarde tegen de trompettist die onderuit lag: ‘Think you are a puppet on a string.' En dat is dan weer leuk van die kinderen. Die apen dat meteen allemaal na. De trombone was een ramp. Er is hier geen goed materiaal te krijgen, verschrikkelijk! Maar het ventje was net zo groot als de trombone. ‘Watch out!' Hup, daar vloog de schuif er al half uit. Ja, dat is natuurlijk vaker gebeurd, daarom doet ie het ook niet. En een herrie in dat lokaal. Mister Thomas floot op zijn vingers. ‘Put your instrument in the air!' Ze deden het allemaal. Stilte. Ik kwam niet meer bij van het lachen. ‘Jongens, ik moet hier een foto van maken' De ene toetert met zijn trompet zowat in het oor van de saxofonist voor hem. ‘Auwaaaa!' Elf jaar! ‘Kijk altijd naar je buurman. Vraag of hij goed zit. Niet dat een poot van je stoel zijn lessenaar ommaait...Wat sta jij daar in je eentje?' vroeg ik een kleine saxofonist die zowat voor de band staat. ‘Omdat ik dan geen last heb van hun.' Ha. Ja, natuurlijk. Heerlijk, die eerlijkheid! ‘Muzikanten zijn altijd open en aardig voor elkaar,' loog ik en begon met stoelen te schuiven. Op deze leeftijd kon ik hun dan op zijn minst nog léren open en aardig voor elkaar te zijn. ‘Wie speelt er solo?' En mijn kleine collega blazen, jongen! Dezelfde reactie zag ik tien jaar geleden bij kinderen in Zuid Afrika. Ze gaan gewoon, hup. Kennen nog geen angst en zenuwen.Ach, konden ze maar altijd zo blijven... De laatste band van zeventienjarigen heb ik een ongelofelijke peptalk gegeven voor de rest van hun leven. ‘Weet goed wat je wilt. Je kunt alles bereiken wat je wenst. Daar waar je passie ligt, je talenten, daarin zul je groeien en bloeien!' Ze moesten Land of Hope and Glory spelen op de diploma-uitreiking de week erop. ‘Wie heeft er hier astma?' Valse noten, omdat ze niet stemden, geen lange lijnen... ‘Jongens, dat is jullie cadeautje voor je collega's!' Ik speelde het voor. ‘Ben vrijgevig, geef louter mooie dingen. En dat kost heel, veel energie'. ‘Hoor je het verschil?' vroeg mister Stieft. ‘Ze speelt met veel meer emoties,' zei de mulato die het klokkenspel bediende. Ik lachte. ‘Ofcourse! Maar dat komt ook omdat ik mijn hart én mijn longen wagenwijd openzet. Hup, gooi die lucht door dat huis. Zoals de wind hier op Curaçao. Blow! Weet je wat mijn leraar tegen me zei toen ik aan het Conservatorium ging studeren? Als je niet in je blote kont wilt staan is daar de deur! En ik weet wel dat iedereen in de Cariben en zeker hier op Curaçao grote hekken en huizen om zich heen bouwt, maar dan moet je geen instrument bespelen! Ga sporten, ren de longen uit je lijf. Music touches another one's heart, but first you have to be willing to open up your own heart. So, don't be afraid, concentrate and play. With joy!' En ‘joy' hebben we gehad die dag! Later ontving ik een bedankbrief van Thomas, met als voetnoot een prachtig citaat van Galileo: You cannot teach a man anything; you can only help him find it within himself." |
| < Vorige | Volgende > |
|---|