Nieuwsbrief

Schrijf u in voor de nieuwsbrief.







colofoncontactadverteerdersabonnement

Puerto Ritmo Afdrukken E-mail
Geschreven door May Peters   
Wednesday 30 March 2011
puertoritmo.jpgMay was onlangs te gast in El Balcón del Zumbador in Piñones, Puerto Rico. De legendarische percussionist Cachete Maldonado treedt elke zondag op met zijn ‘Majaderos’in dit etablissement aan de Oceaan. Daar sprak zij met Tato Conrad, oprichter van Puerto Ritmo. Een van de vele ‘folcloristas’ die actief zijn op het eiland en daarbuiten.

Wat een bijzondere avond was dat in mijn favoriete streek van Puerto Rico: ‘Loíza’. Nadat ik had meegespeeld met de rumberos kreeg ik van de eigenaar een t-shirt van de zaak, een dvd van Cachete Maldonado en diverse Medallas. En en passant had ik een interessant gesprek met de zanger van de Majaderos: Peto Torres. Een man met een dixielandsnor, hoed en zonnebril, duidelijk een salsero, gaf mij een kaartje en ik zou hem later weer tegenkomen. En zoals altijd hier in Puerto Rico, is dat niet zomaar. El Caribe místico.

Tato Conrad en zijn bedrijfspartner Raúl Berrios liep ik al tegen het lijf op de braderie in de gangpaden van het Instituto de Cultura puerttoriquena, tijdens de Fiestas de la Calle San Sebastián in februari. Percussionist en componist Raúl gaf me twee cd´s van zijn nieuwste project, de band ´Clave tres´die hij wil uitbouwen tot een big band. ´En we hebben jou nodig'.
´Goed zo, reken op me.´ En daarom toog ik een week later naar een dansstudio op de Avenida Ponce de Leon net voorbij het nieuwe Conservatorio. Tato is het commerciële brein en Raúl het creatieve. Op de bank in de hal heb ik een interview met Raúl.

'Mijn ouders komen uit Santurce, een wijk die veel beroemde musici heeft voortgebracht zoals Ismael Rivera, Rafael Cortijo, maar verhuisden naar New York. Daar speelde pappa meer dan 14 jaar als trompettist bij Arsenio Rodríguez. En ik ben op een tournee naar Puerto Rico hier geboren.’ Raul (57) is een van die gepassioneerde docenten die ik gelukkig ook tegenkom. Niet het uitgeblust ‘ambtenaar’ ik-weet-het-niet’-soort, maar iemand die altijd schept.

‘Ik ben mijn hele leven muziekdocent geweest. Meer dan 25 jaar op de school voor Bellas Artes in Carolina. En hier doe ik mijn projecten, mijn dingen. Hier repeteren we. Dit is een dansschool die meer dan 60 jaar bestaat, Arthur Murray Danceschools. Ze zijn geopend van maandag t/m vrijdag tot 10 uur ’s avonds.’
‘En jij hebt ook je instrumenten hier staan, he?’
‘Een gedeelte van de collectie staat hier en een gedeelte thuis, want dat past hier niet allemaal.’
Raúl is zoals veel musici een autodidact, die de muziek leerde op straat, of zoals ze hier zeggen ‘La Universidad de la Calle.’ Zijn grote geluk is dat hij in de gouden tijd opgegroeide, de jaren zeventig, in de buurt waar alle beroemde salseros vandaan komen: Barrio Obrero, een arbeiderswijk gebouwd in de beginjaren '30. Hier trokken de landbouwers van het eiland naartoe na de industrialisatie. Omdat het land en de producten, zoals suiker, in die periode in handen kwamen van grote fabrikanten en de ‘jíbaros’ zoals op meer plaatsen in Zuid-Amerika in de crisis terechtkwamen.

‘Ja, en daarna toen ik zes of zeven was, kwam ik terug naar Puerto Rico. Maar mijn ouders woonden meer dan twintig jaar in de VS, al zijn ze oorspronkelijk uit Santurce. Mijn moeder komt uit de Calle Cortijo en mijn vader groeide op in Villa Palmeras.'

‘Kan je nagaan! Dus zij hebben de goede tijd meegemaakt?’
‘Aysí, dat was de beste tijd. Ze vertelden me dat mijn vader overdag speelde. Mijn moeder werkte. Een gouden tijd. Het ontbrak ons aan niks. We hadden een kamer vol speelgoed. En mijn vader zag dat ik op tienjarige leeftijd interesse voor muziek kreeg. Ik herinner me dat we naar een muziekwinkel gingen en hij een boek voor me kocht van ‘Cozy Cole’, een oefenpat en stokken. Hij zei tegen me: "Zie je die zwarte noot ? de R is je rechterhand, en de L is je linkerhand. En je telt een–twee-drie-vier." Hij speelde trompet, he. Hij was geen percussionist. En waar je het slangetje ziet, tel je en speel je niet.’
‘Wat leuk, het slangetje. De kwartrust.’
‘Dat was praktisch alles wat hij me leerde. Want als je musicus wordt, moet je leren muziek lezen. En zo niet, ga wat anders doen. Ja, natuurlijk wilden ze niet dat ik musicus werd. Ik zag mijn ooms in onze wijk, in de cafés pandero spelen, toeng-ti-toeng, toe-tiki-toeng. Ik had nog andere vrienden. Mijn ouders wilden niet dat ik met hen omging, want ze hadden slechte gewoonten. En bovendien speelden ze congas, toeka-biem-biem-toeka- biem-biem; toeka-ka-diem-piem en timbales. Maar ze leerden me hoe ik het cascara-patroon moest spelen. In die bars had je ook jux-boxen. Daar hoorde ik Joe Cuba, pla-ku-pla, Jimmy Sabatero die een timbales solo speelde.’

Ik schiet in de lach. Het moge duidelijk zijn dat ik hier met een percussionist praat. Om de drie zinnen komt een ritme-patroon van een conga, een timbal of een pandareta voorbij.
‘En dat was in de jaren zeventig?’
‘Ja, begin zeventig. Nou, ik speelde dan met die platen mee, maar thuis was het van: ‘Je moet daar niet komen.’ Zo leerde ik wel alles wat ze in Barrio Obrero speelden. Ik herinner me een keer dat Charlie Coto, die met Richie Rey en, Eddie Palmieri op het Barceló plein speelde. Ik was met mijn vader en we namen de bus. En ik wilde er per se naartoe. En ik kreeg een timbales-solo daar op het dat plein. Aaaay. Pa speelde trouwens ook met Tommy Olivencia.’
‘Dus je vader was teruggekeerd?’
‘Ja, ik herinner me nog dat de muziekvakbond je niet liet optreden, tenzij je aan paar, drie of vier, maanden hier was. Niet zoals nu dat elke gek kan spelen omdat er geen vakbond meer is. Toen was het zo dat, als je van buitenaf kwam, ook al was je Puerto Ricaan, je eerst enkele maanden op het eiland moest wonen om te mogen spelen. Mijn vader ging bij de Politieband spelen om die tijd te overbruggen. En daarna speelde hij overal. Ook hier in Condado, waar je allemaal die showorkesten had in de hotels. De Flamboyán toen die er nog was, in het Alfrente, in het Caribe Hilton met Miguelito Miranda, in Hotel San Juan. En al die ervaringen hebben me  gemaakt tot wat ik ben. Maar mijn moeder én mijn vader waren erop tegen dat ik musicus werd. Vanwege het muzikantenleven. Weet je wat ik van ze moest studeren? Werktuigbouwkunde. Want in de muziek kon je niet genoeg geld verdienen om te leven. Nou, wat ik er geleerd heb, is dat ik muziekinstrumenten kan bouwen. Bellen maken, solderen, om drumstandaards te repareren. En zo bleef ik me ontwikkelen.'

'Toch iemand die een vak geleerd heeft. Ik ben er ook achter dat ik ondanks mijn drie HBO-opleidingen het meeste zou verdienen op Puerto Rico als ik een LTS-opleiding motorvoertuigen had gedaan, met een voorliefde voor Amerikaanse auto’s.’ Raúl lacht.
‘Mijn hersenen staan nooit stil. Ik maak elke dag nieuwe dingen.’

Helemaal mijn soort mens dus. Een muziekschool, waar veel generatiegenoten van mij zijn begonnen. ‘Hij was een leerling van me’, hoor ik hem geregeld zeggen. En hij vertelt ook dat er collega’s geen les wilden geven, uit angst dat de leerlingen beter zouden worden, zodat zij als docent zonder werk zouden komen te zitten.

Ik sta weer versteld van de kortzichtigheid van mensen. Ik heb veel met kinderen gewerkt. Sinds ikzelf een zomercursus Muziek heb gegeven in Botanische Tuin in Río Piedras weet ik hoe knap het is om kinderen iets te leren, als je ze percussie-instrumenten in handen geeft. Want dat ontaart namelijk meteen in spektakel. De maestras die mij toen begeleiden waren allebei na een maand hees. Kan je nagaan! Maar niet Raul. Ik praat hier met een gedreven vakman die werkelijk ongelofelijke dingen voor elkaar krijgt. Zoals dit filmpje over muziek voor kinderen.

Het kantoor van Puerto Ritmo is vol met kleuren. Hier staan drie muren boeken over Caribische muziek en Afrika. CD’s van Puerto Ricaanse musici en Cubaanse collega's. ‘Onze kleine bibliotheek,’ zoals Tato het verwoordt. ‘Wil je iets vertellen over de boeken die je geschreven hebt?’ vraag ik Raúl.
En hij vertelt over zijn regenboogboek, de zeven kleuren die allemaal een noot voorstellen. Maar ook over de tragiek van het plagiaat. Dat hoor ik meer musici zeggen. Je moet zo discreet zijn met je ideeën, anders gaat een ander er met je idee vandoor. Wat in zijn geval ook gebeurde. Waardoor hij verder geen cent ontving. Een ander boek dat grote indruk op me maakt zijn de ritme-oefeningen van de talloze verschillende bombas, de specifieke repiques - slagen die de percussionist gelijktijdig met de danseres maakt -. Dat gebeurt namelijk altijd met de bewegingen van de rok. Ik heb verschillende voorstellingen gezien, op straat, het strand, in de tuin en op het podium. En de kunst is altijd dat de buleador-speler, de grote ronde trommel waar de bespeler opzit, de danseres volgt. Dit boek heeft keurig het clave–patroon erbij staan. Het lijkt mij een juweel voor elke student die in de Caribische muziekschatkist wilt neuzen.

Dan word ik meegenomen naar het museum, waar ten minste honderd instrumenten staan. Met een prachtige collectie uit Afrika. Omdat Raúl erg handig is, kan hij een aantal instrumenten bespelen. Ik ben onder de indruk van dit moois. Tato vertelt dat ze niet altijd de steun krijgen die ze verdienen. ’La política.’ Ook dat woord hoor ik elke musicus en docent muziek zeggen hier op het eiland. Het schijnt dat de rechtse regering, net zoals in Nederland, de cultuur uit zijn begroting schrapt, onder het motto: ‘dat is er al. Daar hoeven we ons geld niet aan uit te geven.’

‘Onze cd werd niet ondersteund door de overheid, want dat was te Afrikaans!’ zegt Tato met een opgetrokken wenkbrauw. Mijn mond valt open van verbazing! Ja, en wat is de Caribische muziek dan? De mooie Barbara naast hem trekt haar schouders op. ‘Ik heb jou een keer zien dansen op de rumba van Eladio Pérez in Cataño,’ zeg ik tegen haar terwijl ik foto’s maak, ‘Dat klopt he?’
’Ja’.
‘Jij geeft hier de bomba lessen?’
‘Ja’, zegt ze zachtjes. In haar witte gewaad en witte hoofddoek en met haar donkere huid lijkt ze zo van het podium te zijn gestapt. ‘Wat een grote kalimba!’ (duimpiano) Dit is een baskalimba van 50 centimeter hoog. Normaal is zo'n houten kastje 15-20 centimeter lang. En het bestaat uit ijzeren ‘tongen’, die op een klankkastje gebouwd worden. En daar zit nu het geheim. Want de kalimba die mijn zusje Annet uit Burkina Faso voor me meenam, klinkt niet zo fantastisch als deze.

‘Het is het hout,’ zegt Raúl en hij speelt warempel een pentatonische toonladder op het ding met reverb en al, afwisselend met de rechter- en linkerduim .‘Hoe doe je dat? Waarom galmt dat zo na?’ Hij laat me glimlachend de achterkant zien waar twee ronde gaten in zitten die hij kan bedekken en weer openen met zijn vingers. Ahaaa. Hij demonstreert een gigantische kaak. Slaat op de bovenkant, wat een ratel veroorzaakt. ‘Van een rund?’ vraag ik. Zoiets hadden we vroeger uit het slachthuis moeten meenemen. De grootste lol zouden we hebben gehad. Maar je komt niet op het idee, he, in een rijk land.

De wanden van het kantoor herbergen tenslotte ook een kleurrijke verzameling cd’s en boeken over Afrika en de Cariben. ‘Weet je dat bomba eigenlijk van bamboula afstamt?’ zegt Tato. En als ik later de website bestudeer, zie een schat aan informatie over de oorsprong van deze Puerto Ricaanse dans. En niet alleen de bomba, maar ook de plena, de salsa, de música jíbara (uit de bergen), de danza, de klassieke vorm uit het begin van de vorige eeuw. ‘Wauauauwww!’

 trio_cm.jpg‘Er is champagne!’ hoor ik Tato zeggen. ‘Hoe kom je daar nou aan?’ vraagt Raúl. ‘Ja, die lag hier nog in de koelkast van gisteren natuurlijk.’ Op vrijdagavond krijgen de dansers altijd champagne. ‘May, champagne?’ Je kan me geen groter plezier doen!
‘Ik ga altijd huilen van champagne.’
Word meteen ontroerd door de bubbeltjes uit Rheims. Natuurlijk zijn dit geen bubbeltjes uit Rheims. Ik vraag me af of ze überhaupt de Oceaan overgestoken zijn. Maar het gebaar is geweldig en heeft het grootste nut zou mijn economieleraar van vier Havo zeggen. Wat zeg ik, geweldig, zaterdagmiddag half vijf, aperitieftijd.
¡Salud, op onze passie!

Informatie over Puerto Ritmo's danslessen, percussieworkshops en veel meer vind je op de website Puertoritmo.com  

 
< Vorige   Volgende >