Op mijn eerste reis naar Cuba wilde ik zoveel mogelijk van het land zien. Steden, natuur, historie, muziek en dans. Dat is gelukt en dit zijn mijn tips voor het grootste eiland in het Caribisch gebied.
Bezoek zoveel mogelijk steden
Op mijn eerste reis naar Cuba wilde ik zoveel mogelijk zien, maar toch vooral de stad Santiago bezoeken vanwege de muziek. Daarom moest Havana helaas wijken. Zo hadden mijn reisgenoten en ik meer tijd voor andere steden: Trinidad, Camaguey, Santa Clara. Hoewel deze steden veel kleiner zijn, hebben ze allemaal hun eigen sfeer en karakter.
Steden als Trinidad en Camaguey hebben bovendien mooie kernen die fraai gerestaureerd zijn. Zo bezocht ik in Trinidad een prachtig stadspaleisje uit de achttiende eeuw dat ooit eigendom was van een puissant rijke suikerbaron. Niet alleen de architectuur was fraai, ook de stijlvol versierde plafonds, de mooie houtgesneden deuren en ramen en de prachtige vloeren van Italiaans marmer geven je zelfs nu nog een verpletterende indruk van de rijkdom.
In schril contrast staan dan weer wel de vele kinderen en Cubanen op straat die met je meelopen of aanpappen in de hoop een stukje zeep, een pen of een snoepje te krijgen. Vooral in de toeristische plaatsen zoals Havana, Trinidad en Santiago krijg je er mee te maken. Soms vormen souvenirverkopers in zo’n ‘Volendam van Cuba’ bovendien een dikke haag waar je maar met moeite en met een opgelaten gevoel doorheen komt.
Hoe klein ook, in elke stad heb je Casa de la Trova’s en tientallen muziekgroepjes die overdag en ’s avonds optreden op pleintjes, in de straat of bij restaurantjes. De meeste groepjes verkopen ook cd’s. Soms staan de muzikanten er zelf op, soms zijn de opnames niet om over naar huis te schrijven, maar een fijn aandenken is zo’n cd zeker.
Santiago is een stad apart. De tweede grootste stad van het eiland, aan de voet van het Sierra Maestra-massief van waaruit Fidel zijn strijd tegen dictator Batista ondernam, was ooit een prachtige, rijke en feestvierende stad. Nu is het een surrealistische ervaring om door de smalle grijze straten te lopen met vergane glorie die van de gebouwen afbladdert. Bright and shiny steken daarbij de ‘casa’s’ af, die meestal goed en gekleurd in de verf zitten.
Slapen in een casa
We hebben deze reis overnacht in zowel sfeervolle, oude hotels, in strandhotels als in pensions. Een casa wint het tenslotte van andere accommodatie. Casa’s zijn de bed&breakfasts van Cuba. Je verblijft in de vaak in riante, koloniale, oude huizen van Cubanen bij de familie zelf. Net als bij een B&B. Je vindt er steeds meer van, want een casa runnen is een aantrekkelijke nering voor Cubanen.
Ze mogen maximaal twee kamers aan vier personen verhuren, en vaak verschaft zo’n casa een hele groep mensen werk. We zijn in casa’s geweest met een kokkin, een dienstmeisje en een boodschappenjongens. De kamers zijn vaak sfeervol ingericht met originele meubels en zijn tegenwoordig zelfs voorzien van airco’s en soms een koelkastje.
Nee, nog geen tv of internet, maar wie heeft dat nodig op vakantie? Behalve een uitgebreid ontbijt met fruit, vruchtensap, ei, brood, kaas, worst en mangojam, serveert een casa op verzoek ook je avondeten en desgewenst verzorgt de beheerder van de casa je was of je boodschappen, uiteraard tegen betaling.
Eten in een casa
Cuba stond tot een paar jaar geleden niet bekend om de culinaire tradities, maar dat is snel aan het veranderen. Werd er vroeger aan buitenlandse gasten vrijwel alleen rijst met kip of varkensvlees geserveerd, vaak flauw vanwege het ontbreken van kruiden, tegenwoordig heb je uitgebreidere keuze uit smakelijke maaltijden.
Tot mijn verbazing werd ons elke ochtend in de casa gevraagd wat we wilden eten: langoustine, vis, garnaaltjes, kip, rundvlees of zwijn? En dat terwijl ik had gelezen dat rundvlees niet eens mag worden geserveerd omdat het doden van een koe strafbaar is. Slechts eenmaal bleek het verlangde voedsel niet voorhanden en hebben we andere maaltijd besteld, maar ik stond versteld dat er zoveel keuze was.
Bloeit de zwarte markt inmiddels zo weelderig? Of ziet Raul de servicegerichtheid van horeca-eigenaars door de vingers vanwege de extra stroom toeristendollars? Hoe dan ook, terwijl je weet en leest dat Cubanen op de bon leven, hooguit 20 dollar per maand verdienen en zich geen vlees of vis kunnen permitteren, heb je als toerist wel toegang tot deze luxe-etenswaren.
Kozen we voor vis, dan werd ons ’s avonds een heerlijke malse zeebaars uit de oven voorgeschoteld, kozen we kip, dan kregen we een smakelijke creoolse kipschotel en van rund werd de traditionele stoofschotel ropa viejo bereid. Bij de langoustine werd speciaal gevraagd of die gegrild dan wel in boter gebakken moest worden.
En als bijgerechten kregen we bijna altijd een rijstschotel, pompoen, zoete aardappel en salade van komkommer, tomaat en boontjes.
Vooraf was er bovendien smakelijke soep en als toetje fruit of ijs, maar meestal allebei. Hoewel we ook in restaurants, paladares gegeten en vooral geluncht hebben, zijn de huisgemaakte maaltijden te verkiezen boven andere eetgelegenheden, zoals ‘pisa’-kraampjes waar dikke, vette pizza’s gretig hun weg vinden naar de lokale bevolking.
Tochtjes maken in een coche
Soms is Cuba net het decor van een negentiende-eeuwse film. Je ziet koetsjes, ruiters te paard en fietstaxi’s die zich kriskras door de stad begeven. Dat is vaak noodzakelijk, omdat de straatjes te smal zijn voor auto’s – en stadscentra zijn bijna altijd autovrij.
Fietsers en voetgangers nemen het overigens niet zo nauw met het verschil tussen stoep en weg, dus op kruispunten is het soms ouderwets chaotisch, zeker als je zelf in een huurauto komt aangereden.
Al die koetsjes en paard-en-wagentjes zijn niet alleen een toeristische attractie, voor veel Cubanen is een coche of een fietstaxi – bicitaxi - het enige vervoer, binnen of buiten de stad, op weg naar de markt, de dokter of naar school.
Natuurlijk hanteren de bestuurders van koetsjes en fietstaxi’s wel een iets ander tarief voor buitenlanders.
In Camaguey liet ik me samen met mijn reisgenoten door een fietstaxi een uur lang door het historische centrum vervoeren waarbij de bestuurder me uitgebreid vertelde wat ik allemaal zag. Net als Trinidad beseft het stadsbestuur van Camaguey waar toeristen voor komen. Het centrum ziet er dan ook piekfijn uit, schoon, de belangrijke gebouwen goed in de verf en op sommige pleinen hebben zelfs kunstenaars voor een mooie toevoeging gezorgd.
Dansen in een casa de la trova
Centraal op deze reis stond de muziek en de dans. En omdat elke stad minimaal een muziektheater heeft waar de hele dag groepjes troubadours, salsa-bandjes en son-vertolkers optreden, kom je ruimschoots aan je trekken. Tot een uur of half tien is het luisteren naar bandjes gratis.
Daarna betaal je 5 tot 10 Cuc voor een avondvullend optreden met muziek, dans en (tegen betaling) mojito’s. Soms pappen Cubanen met je aan om ook mee naar binnen te kunnen. En soms moet je de ruimte delen met een buslading toeristen die ook graag meegenieten van de authentieke sfeer.
Muziek- en dansles nemen in Santiago
Muziek- of dansles nemen is tamelijk eenvoudig in Cuba. Zeker als je je op de conga's wilt leren uitdrukken. Mijn reisgenoten hadden de wens congalessen te nemen en een van mijn reisgenoten wilde leren salsadansen. In de Franse wijk Tivoli in Santiago, waar veel mensen van Haïti wonen, waren die afspraken op een ochtend zo gemaakt.
Congaspelen kon ter plekke geregeld worden met een leraar in een slaapkamer van een van de buurtbewoners. De dansles werd dezelfde dag nog afgesproken met een oude bekende en had groot succes. In een uur tijd, wist de charmante dansleraar William niet alleen de basispassen aan te leren, maar bovendien de belangrijkste draaien. Beslist een aanrader!
Babalawo bezoeken
Babalawo is een priester in de Santeria-religie, op Cuba een veelvoorkomend geloof. Een bezoek aan zo’n wijze, gewijde man, die in contact staat met de heiligen (orisha’s) kan je inzicht geven en misschien zelfs een (nieuwe) weg wijzen.
Santeria, dat ook voorkomt op onder meer Puerto Rico en in Brazilië, bevat elementen van Afrikaanse volkreligies van onder meer de uit West-Afrika afkomstige Yoruba, inheemse rituelen en het katholicisme.
De tot slaaf gemaakte Yoruba brachten het oorspronkelijke geloof mee en de Spanjaarden lieten het belijden van de religie oogluikend toe. Daarbij ‘verborgen’ de Yoruba hun eigen heiligen, orisha’s in de bestaande katholieke heiligen. De regels en riten van santeria zijn officieel en nauwgezet in een liturgie beschreven.
Santeria kent zo’n 56 orisha’s, waarvan enkele bekende zijn: Yemaja (godin van de zee, oermoeder, kleur blauw en wit), Ochun (de maagd van El Cobre, godin van liefde, schoonheid en rivieren, gele kleur), Obatala (puurheid, schepper van aarde, witte kleur) en Ellegua (krijger, samen met Oggun, Ochosi en Osun), oerman en beschermer, kleur rood en zwart).
Handgemaakte souvenirs en kunstwerkjes kopen
In Cuba is veel huisvlijt te vinden en er zijn veel nijverheidskunstenaars. In Trinidad en omgeving vind je bijvoorbeeld veel haakwerk in de vorm van sjaals, tops en jurkjes. Maar ook prachtig opengewerkte linnengoed in de vorm van antimakassars, tafelkleden, servetten en overhemden. Natuurlijk kun je op veel plaatsen guayabera’s krijgen, de traditionele overhemden voor mannen.
Pittenkettingen –en armbanden, zilverwerk, houtsnijwerk, tassen, schoenen en hoeden van leer. Misschien niet allemaal even verrassend, maar wel origineel en vrijwel allemaal op het eiland zelf gemaakt – niet geïmporteerd. Daarnaast kun je muziekinstrumenten kopen zoals maraca’s, conga’s en tres-gitaren.
De kwaliteit van de ‘toeristenversies’ is meestal matig, als je echt goede instrumenten wilt kopen, kun je die het beste aanschaffen via een casa de la trova, waar vaak een muziekwinkel aan verbonden is.
Ook vind je steeds meer kunst, schilderijtjes van nostalgische oude auto’s of landschapjes bijvoorbeeld, beeldjes, grappige papiermachevormen. Voor aangeschafte kunst moet je wel zorgen dat je een exportdocument hebt.
Uitrusten in een super-de-luxe resort
De Cubaanse overheid ziet graag dat de toeristen vooral in de luxueuze all inclusives aan de kust verpozen, zoals in Varadero, het schiereiland dat een aaneenschakeling van resorts telt, of aan de noordoostkant bij Guadelavaca en Caya Coco. Hoewel sommige reizigers ervan gruwen om in zo'n gouden een alles-in-een-paleisje te vertoeven, heeft zo’n riant onderkomen ook wel positieve kanten: ideaal om uit te rusten of bij te komen op prachtige stranden.
Er is verder allerlei vertier, eten en drinken zoveel als je wilt, kortom even een dag of paar dagen van zalig nietsdoen en niets hoeven. Je moet er wel aan wennen als je nog nooit met zo’n bandje om je pols hebt vakantie gevierd en resorts hebben een soort mondiale eenheidsvorm, zodat je je ook in Mexico of op de Malediven kunt wanen. Doorgewinterde resortbezoekers herken je aan hun eigen drinkbeker (jug) en hun soepele gang van de ene naar de andere activiteit.
|