Nieuwsbrief

Schrijf u in voor de nieuwsbrief.







colofoncontactadverteerdersabonnement

Viernes Social, vrijdagmiddagborrelen op zijn Puerto Ricaans Afdrukken E-mail
Geschreven door May Peters   
Friday 29 July 2011
viernesocial.jpgVia Facebook krijg ik elke week een uitnodiging van mijn collega, bassist Sammy Morales, die vrijdag's optreedt in Abracadabra. Op een very Happy Hour-tijdstip ook: van 18- 21 uur. Viernes social, noemen ze dat hier. En dat wil zeggen dat iedereen (na zijn kantoorbaan natuurlijk) een borrel gaat nemen.

Ik vroeg aan mijn roommate Katia, yogadocent en masterstudent Psychologie - nadruk op 'somatisch' moet ik erbij zeggen - waar dit café is. En omdat Katia heel hip en intelligent is en gezond eet, begint zij ook meteen te stralen als ik het woord Abracadabra uitspreek. Blijkt het nog geen kilometer van ons vandaan te zijn. Op de Ponce de Leon 1661 in Santurce. 'Jij zult het zo leuk vinden daar.’ 'Voedzaam voedsel, lekker en gezond in een creatieve omgeving', staat op hun visitekaartje. 'Ga je daar spelen? ¡Qué cool!' Je bent hip of niet!  'Ja, ik kan nu eindelijk eens op vrijdag.'

Het is inderdaad meteen op de hoek met de Calle San Jorge, naast Leonardos. En het is afgeladen vol binnen. Dit heb ik nog nooit gezien op een plek waar jazz gespeeld wordt. Hier is dus heel hip San Juan bijeen. Sammy heeft me meteen gespot. Nu is dat natuurlijk ook niet gek als ik ergens binnenkom met mijn trombone en meestal blijf haken aan een deur. 'Wat leuk', gebaar ik: 'En die mensen!' Sammy glimlacht. Ze hebben warempel een fatsoenlijk podium, waar ik een oud-student van het Conservatorium achter de drums ontwaar. Ik ga meteen aan de grote tafel zitten pal voor het podium. Sammy kijkt op van zijn bas. 'Na dit nummer.'  

'Is goed, hoor.'
Het klinkt te gek wat ze spelen, hun eigen composities.
'Bent u de trombone-docent?' vraagt een jongen naast me.
'Ja? Ik gaf les op het Conservatorium, ja.'
'Ik ben saxofonist. Ken je You don't know what love is?'  

'Oh, ja!' en grijp meteen naar mijn hart. Iemand stoot tegen me aan: 'Perdón' en nog een keer. 'Victoooooor!' mijn maatje uit 2004: 'Wat leuk!'
'Maaaaay.' Hij ploft naast me neer met een uitheemse fles bier. 'Wat is dat? Hefe Weisen? Dass gibst nicht!' En dat drinken die Puerto Ricanen natuurlijk uit de fles. Ach, er is hier nog zoveel te onderwijzen. Ik denk aan de tournees met the Glenn Miller Orchestra door die Deutsche Heimat. En dan die grote glazen wit bier uit het vat. Wat een goddelijkheid!  

Maar ja, de Cariben is de streek van suikerriet. Hier groeit geen biergerst! Hoe moeten ze dan toch ook in godsnaam weten hoe je bier serveert als niemand hen dat vertelt, op een Limburgse salsamissionaris na. 'Ik ga eens even kijken wat ze hebben.' En inderdaad, slechts het aanschouwen van al die flesjes vervult mij met vreugde. Alleen, ik ken geen enkel merk! Zelfs het Hefe Weisen-bier zit in een blauw flesje met de naam UFO! Juist, wat ik al dacht: wereldvreemd.
Ook die sterretjes en die maan op het etiket! 'Mag ik er zo een? Heb je ook zo'n glas?' en wijs op de afbeelding op de doos. De magere jongeling grijpt in een koelbox. 'Ik heb het niet meer. Het is op.' Laat staan dat ze mijn glas hebben. Maar dankzij mijn caribische flexibiliteit ben ik niet voor een gat te vangen.
'Wat hangt daar aan de muur? Heb je een Duvel?' roep ik verrukt en wijs op het plaatje. De ober kijkt me ongelukkig aan. Hij verstaat er geen juu van. Hij grijpt eerst naar de rode brandblusfles. 'Nee, hoger! Dat plaatje. Dat is Belgisch.' Het zal me verbazen als hij weet waar dat land ligt. Jullie met je 'doebel'. Weet je dat dat 'diablo' betekent? Er zit 8,5% alcohol op.

Dat vindt ie leuk. Maar ook dat heeft ie niet. 'Ik heb hier iets wat er op lijkt,' en hij zet me warempel hetzelfde soort flesje voor met de naam 'Piraat.' Goed zo! Althans als je me nou geen poot uitdraait, want ik ben muzikant en geen piraat. $8,- zegt de gek. 'Ja, en voor muzikanten?' Hij kijkt even naar zijn baas. Dat is Israel, die had ik ooit gevraagd om hier te spelen, wat-ie zich niet meer herinneren kon. 'Die betalen we', zegt ie op zijn beurt.
'Ik word hier niet betaald vanavond en ik speel dadelijk. Maar geen zorgen, dat regelen we wel daarna.' En ik betaal hem tot de laatste penny die ik vind. Ondertussen geef ik Israel de flyer van mijn op handen zijnde concert in het Teatro Beckett, die hij prompt ophangt. Dat is dan toch ook weer ontzettend aardig! Dit zijn de goede vibraties waarin ik graag vertoef.
De ober spoedt zich al naar de glazen. Ik maak van mijn handen een kommetje. 'Zo'n glas wil ik.' Ik zie hem aankomen met een wijnglas, een vaasje en een niet nader te identificeren glazen object. En als kenner rest me dus niks anders dan het vaasje. 'Twee vingers schuim!' ben nog net niet te laat voordat ze weer hun best doen om een glas bier te serveren dat eruit ziet als paardenp…  

'Zo doe je dat! Blijft het koolzuur ook beter behouden.' Wat dat is weten ze al helemaal niet, want het liefst serveren ze je hier 'bevroren' bier. 'Cerveza bien fríííííaaa' zie je vaak aangekondigd staan en ze zijn er nog trots op ook.
Ik neem een slok. Bij lange na niet een Duvel, maar wel een dubbel gegist bier. Sammy roept me. Perfect timing. Zonder dat ik ook maar iets zeg, geeft ie al aan de anderen door: 'Take the A-train'. Dit nummer van Duke Ellington blijft voor mij altijd dezelfde emotionele waarde houden. Ik speelde het op mijn toelatingsexamen 25 jaar geleden op het Conservatorium in Hilversum. Met een geweldige ritmesectie die mij vleugels gaf en ik dus emigreerde van Limburg naar de omroepstad. Die stap bleek vele malen groter te zijn, dan de stap zeven jaar later naar Puerto Rico.
Victor pakt zijn saxofoon uit. En we spelen een trein uit de jaren dertig, locomotief en met plots: een dixieland-feel. Mensen gaan helemaal uit hun dak. Dat komt vast ook door al dat uitheemse bier.
Als ik van het podium afstap, komt de magere ober naar me toe. 'Vond u de Piraat lekker? Zou u er nog een lusten? Die krijgt u van mij. Ik vond het te gek wat u speelde.' Nou, wat leuk! Zo snel krijg ik geen zeebenen, dus kom maar op. Hij overhandigt me het biertje en zegt: 'In Viejo San Juan is een plek: Lúpulo. Daar hebben ze heel veel soorten bier. En daar hebben ze ook de glazen die erbij horen.' Wat lief.
'Ach, ik ben al zo verguld dat jullie al dit bier hebben. Ik zal je een paar glazen meenemen, als ik in oktober terugkom.' Gracias. Een journalist van El Nuevo Día stelt zich voor. 'Pero qué interesante. Wat een verhaal!' als ik hem vertel wat ik hier al zeventien jaar doe: 'Ik neem contact met u op.'
'Prima, ik moet nu naar dat sonerosconcours in het Marriot Court Yard Hotel,' zeg ik. Kom ook nooit weg op een plek! En glimlachend loop ik naar mijn auto. Hier gebeuren altijd onverwachte dingen!  

In Isla Verde is het een drukte van jewelste. Viernes social. Gelukkig ben ik geen Puerto Ricaan en sluit niet netjes in de rij aan. Nee, ik rijd er voorbij. Kan gewoon langs de auto's, die daar een beetje zenuwachtig staan te wachten, omdat vier politieauto's met de zwaailichten aan, bekeuringen staan uit te schrijven voor de auto's die in de berm geparkeerd staan. In het donker van de tropennacht heeft het blauwe zwaailicht altijd iets onheilspellends. 

Het moge duidelijk zijn dat hier wat te doen is! Na een half uur zoeken, Heilige Anthonius, beste vrind, loop ik de lounge binnen van het Marriot Court Yard, niet te verwarren met het Marriot Hotel in Condado. Minstens driehonderd Puerto Ricanen die salsa dansen op de tonen van La Sonora Sanjuanera.
Verrek, mijn favoriete dejay van Zeta 93, el Buho Loco is de Master of Ceremonies! 'Willen jullie merengue?' 'Noooo'. 'Nee, we zijn natuurlijk nu allemaal tussen salseros.' En hup. Dit is de plek waar alle cocolos, salseros uitgaan! Dit zijn mijn mensen. Het maakt niet uit hoe oud je bent, hoe mager of hoe dik, hier voel ik het hart van Puerto Rico.
Hoezo salsa is out? A bailar, iedereen danst, en niet alleen op de dansvloer. Overal waar plaats is, wurm ik me langs wervelende koppels. Plotseling voel ik een arm om mijn schouder. 'Maaaay!!' Myra Galíndez, de leidster van de band, waar ik muzikaal leider van ben. 'Ja, ik kwam hier om Millie te horen zingen, de zangeres die auditie wil doen voor onze band. 'Die heeft net al gezongen. En het was geweldig!' 'Verdomme, dat heb ik dus gemist. Ik was bij die Jammsessie, waar ik maar niet weg kwam!'
'Je gaat toch even meespelen, niet?'

'Medalla, May?' duikt ook Lina ineens op, de secretaresse van onze band. Ja, dat bestaat hier! 'Dat hoef je niet te vragen,' zegt Myra en slaat haar al op d'r schouder, zo van 'ga maar'. Ze komt terug met Carib bier. 'Salud.' Ik neem een slok. Gedverr. 'Is dat alcoholvrij?' vraag ik met een vies gezicht. Myra schiet in de lach. 'Tuurlijk niet.' 'Maar zo smaakt het wel!' Het is tenslotte vernoemd naar de Indiaanse kanibalenstam.  

Dan maar naar het podium. Myra houdt mijn trombone-tas open, alsof zij mijn personal assistant was. Een band van zes man, hele goede pianist die ook zanger is. En de twee trompettisten die me glimlachend uitnodigen. Zetten me netjes de tweede trompetpartij én de microfoon voor. Wat aardig allemaal. De jongens van de band vinden het leuk, want inderdaad de trombone geeft 'body' aan de totaalklank. Weer hetzelfde effect met die Puerto Ricanen. Yeeeheee!! Terwijl ik terug de zaal inloop, schud ik handen. 'You play very beautiful.' Dat Engels ook steeds. 'Ik woon in New York.' Heel veel Puerto Ricanen die even terug zijn vanwege het lange weekend, de dag van Grondwet, 25 juli 1952. Een hele dikke mijnheer danst, dat wil zeggen: hij staat niet stil, maar iets beweegt. Je kunt niet zien wat.  

'Felicidades. Ik ben een Facebookvriend van je. Wat leuk om je nu live te horen.' 'Dank u wel' en glimlach. De mensen om mij heen ook. Plotseling komt Lina met zangeres Millie aan, een mooie bescheiden mulata met krulletjes. 'Ze heeft de tweede prijs gewonnen,' zegt Myra. 'Gefeliciteerd.'
'We moeten dadelijk even spelen met La Mulenze.'
Dat heeft ze al zo in haar kop: 'Dan staan we met drie leden van onze band op het podium.'
'La Mulenze?'
Wat leuk, bassist Edwin Morales en zijn geweldige orkest! Ik kijk naar het podium en zie inderdaad mijn goede collega trombonist Domingo Torres. Hoe is het weer mogelijk? Ik was al maanden naar hem op zoek. Hij had me een half jaar geleden uitgenodigd om gastdocent te zijn op de Muziekschool in Ponce. Maar volgens goed Puerto Ricaans gebruik hoor je daar vervolgens niets meer van. Tenzij het universum beslist dat je elkaar weer tegenkomt op een moment dat de sterren gunstig staan...
Vandaar natuurlijk dat UFO bier? En ons optreden met la Orquesta Mulenze? Dat verliep weer zoals elk optreden hier verloopt: una fiesta.  

 
< Vorige   Volgende >